Wilmkebreek geschiedenisboekje beschikbaar.

Download hier het geschiedenisboekje over de Wilmkebreek , dat is samengesteld en aangevuld door Henk Heubers op basis van het oorspronkelijke boekje van D.H. de Goede.

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2012/06/wilmkebreek-geschiedenisboekje-opnieuw-beschikbaar/

Vogeltellingen Wilmkebreek

Het voorlopige verslag van de tellingen in de Wilmkebreekpolder is uitgebreid met de tellingen van 15 juni.

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2024/06/vogeltellingen-wilmkebreek/

Blog 36 – Brandnetel als waardplant

Ik kom net uit de achtertuin en heb er een paar Grote brandnetels uit getrokken. Ze stonden te dicht tegen het pad. Het waren jammer genoeg wel mooie planten met grote sappige bladeren (op die plek is de aarde waarschijnlijk te rijk aan stikstof). De mooie, maar vervelende bladeren van brandnetels zijn ook nog eens eiwitrijk en dat is ideaal voor rupsen van vlinders, die snel willen groeien. Dat komt omdat brandnetel veel eiwit bevat. Het drooggewicht aan eiwit kan zelfs oplopen tot 40 procent en dat is meer dan van soja! Die komt tot ca 37 procent. 

Voordat ik de plant eruit trek, bekijk ik wel eerst de bladeren goed om te zien of er rupsen en eitjes zitten. Of bij spinsel van dubbelgevouwen bladeren, dan zit er misschien een rups van een Atalanta in. Het is geen lekker klusje en daarom doe ik voor de zekerheid eerst tuinhandschoenen aan. Hele kleine eitjes zal ik waarschijnlijk over het hoofd zien. Maar gelukkig staan er op andere plekken ook nog groepjes brandnetel. 

Viervlekbrandnetelsnuitkever

Het valt mij in de afgelopen jaren op dat er naast vlinders ook nog nachtvlinders en andere insecten dol op brandnetel zijn. Ik heb eens in mijn archief gekeken welke insectennamen er het woord ‘brandnetel’ bevatten en vond er zeven, waarvan sommige echte tongbrekers: de Brandnetelmot, de Bonte brandnetelmot, de Brandnetelbladroller, het Donker brandnetelkapje, de Viervlekbrandnetelsnuitkever, de Brandnetelbladgalmug en de Brandnetelblindwants. En dan zijn er ook nog de eerder genoemde rupsen van dagvlinders die van brandnetels leven, zoals Dagpauwoog, Kleine vos, Gehakkelde aurelia, Atalanta, Distelvlinder en het Landkaartje.

Rupsje-nooit-genoeg

Vooral voor vlinders is het heel handig dat, enerzijds, het volwassen dier goed kan vliegen, bloemen met veel nectar kan vinden en die kan uitzuigen met zijn lange roltong. En geschikte waardplanten kan vinden om haar eitjes af te zetten. En anderzijds de rups, als een zak met een mond en een anus, op een ideale waardplant eigenlijk alleen maar hoeft te eten en te groeien. En dat gaat razendsnel! De rupsen hebben geen last van de brandharen. Ze hebben zich helemaal aangepast aan het gif (oa mierenzuur), dat in de brandharen zit. Maar als wij mierenzuur op onze huid krijgen, dan ontstaan er blaren. Zelfs door mijn tuinhandschoenen heen! Wil je meer weten over brandnetels en vlinders, ga dan naar brandnetelvlinders.

Heb je vragen, mail dan naar henk@wilmkebreek.nl

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2024/06/blog-36-brandnetel-als-waardplant/

Natuur in de Kadoelerscheg

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2024/06/natuur-in-de-kadoelerscheg/

Blog 35 – Nectarnijd en stuifmeelstrijd

8 mei 2024

‘Een enorme zwerm honingbijen trekt over.’ Dit bericht plaatste ik afgelopen donderdag op de waarneming-app van de Wilmkebreekpolder. Ik had zoiets nog nooit gezien en vond het indrukwekkend. Maar het had ook iets beangstigends, want er kunnen zo 25.000 – 40.000 bijen in een bijenvolk zitten. Wat gaan ze dus doen? Maar de zwerm zoemde alweer verder voordat ik me daar echt zorgen over hoefde te maken. Wat me vooral trof is de enorme hoevéélheid bijen die daar voorbijtrok.

Waar kwamen ze vandaan? Een beetje navraag leerde me dat in de nutstuinen van Tuinpark de Bongerd er 11 bijenkasten staan. En bij de boerderij staan er ook nog twee. Dat zijn dus heel veel honingbijen alleen al rondom de Kadoelenweg. Hun imkers zullen goed voor ze zorgen, maar soms ontsnapt er een volk en kan zich een tijdje zelfstandig handhaven. Ze maken dan hun nest in een spouw, boomholte of oud nest van de Grote bonte specht of Halsbandparkiet. Maar uiteindelijk sterft zo’n volk. Zo was tijdens een storm in de buurt een boom, waar een bijennest in zat, geknakt en deels in het water gevallen. De raten lagen in het water en op de grond. Paniekerige bijen wilden hun larven en koningin redden en naar een nieuw nest brengen. De larven en gewonde bijen zullen door wespen, vogels en vliegen gegeten worden.

Exoot

Honingbijen zijn door mensen gedomesticeerd en komen oorspronkelijk uit Afrika. Het is dus een exoot. Omdat het zo slecht gaat met de natuur willen mensen helpen en beginnen dan een bijenkorf met honingbijen. Er zijn bedrijven die zich gespecialiseerd hebben met het verkopen van koninginnen en bijenvolken. ‘U kunt bij ons terecht voor de aanschaf van volledige bijenvolken maar ook voor bevruchte en onbevruchte koninginnen.’ Er zijn inmiddels verschillende rassen die bekend staan om hun ‘zachtaardigheid’ en ‘grote haaldrift’. Honingbijen worden gepromoot omdat ze een ‘onmisbare rol in het bestuivingsproces’ vervullen. (Maar inmiddels stappen fruittelers in Zeeland over van de honingbij op de inheemse Rosse metselbij, omdat zij veel effectiever bloemen bestuiven. Luister maar eens naar het radiofragment Metselbijen in de boomgaard.)

Nectarnijd

Honingbijen eten nectar en stuifmeel om er honing van te maken. Daarmee verzorgen ze hun larven en verzamelen ze voldoende voedsel om te kunnen overwinteren. Ze zoeken bloemen, tot wel een paar kilometer van de korf, en kunnen met hun dansje soortgenoten naar goeie voedselplekken dirigeren. Wilde solitaire bijen en zweefvliegen zijn echter ook afhankelijk van nectar en stuifmeel en kunnen, in hun eentje en vaak veel kleiner, niet op tegen de enorme honingbijenmacht. De nectarnijd neemt toe omdat steeds meer imkers honingbijen houden. Gewoon voor de lol of met commerciële bedoelingen. Ik lees in Het Parool van 04-10-2022: ‘In Amsterdam zijn een kleine tweehonderd imkers aangesloten bij een vereniging. Zij houden gemiddeld drie volkeren, maar er zijn ook imkers met tien of twintig kasten. Een voorzichtige schatting komt uit op zo’n 30 miljoen honingbijen in de stad.’

Reacties in de app naar aanleiding van de overtrekkende zwerm was dan ook dat er vrijwel alleen nog honingbijen in de tuin zitten. Ik zeg niet dat dit overdreven is. Zo telde ik eens 80 Honingbijen toen de hemelsleutel aan het bloeien was. Zelfs hommels kwamen er niet aan de pas. Maar gelukkig vind ik nog steeds wilde bijen en zweefvliegen in de tuin.

Van 7 naar 3

Ik ben eens te rade gegaan bij EIS (Kenniscentrum voor insecten) en heb daar een interessant artikel gelezen over de voedselconcurrentie tussen honingbijen en wilde bijen in Amsterdam. De Honingbij blijkt maar liefst 37 % uit te maken van alle bijen die er rondvliegen. Omdat het aantal honingbijenkasten er zo is toegenomen heeft de gemeente Amsterdam hen gevraagd een advies te geven over de concurrentie van de honingbij ten opzichte van de wilde bij. Zij hebben na hun onderzoek o.a. geadviseerd om de huidige minimale dichtheid van 6 à 7 honingbijenvolken per km2 te verlagen naar 3 honingbijenvolken per km2. De gemeenteraad wilde dit advies overnemen, maar werd teruggefloten door honingbijenhouders.

Bloeiende bloemen

Ik heb ook eens bij de Bijenstichting (https://bijenstichting.nl) gezocht wat zij vinden van de stuifmeelstrijd en daar heeft Jaap Molenaar een duidelijk verhaal:

  • Verbeter de voedselvoorziening van zowel solitaire bijensoorten als hommels en honingbijen
  • Zaai -gifvrije- inheemse mengsels van betrouwbare leveranciers, zoals De Cruydthoeck. Voor de meeste solitaire bijensoorten zijn inheemse planten belangrijk omdat deze soorten vaak kieskeurig zijn en alleen van bepaalde plantensoorten of families hun voedsel verzamelen. Van de autochtone plantensoorten bevindt zich nu een derde op de Rode Lijst. Het is dus niet zo verwonderlijk dat de sterke achteruitgang van planten zijn weerslag heeft op de biodiversiteit zoals vlinders, kevers, zweefvliegen, hommels, honingbijen en solitaire bijen.
  • Zaai -gifvrije- cultuursoorten, zoals mosterd, Phacelia (bijenbrood) of boekweit, alleen in tuinen, nooit in buitengebieden, natuurgebieden etc. (Honingbijen en hommels maak je heel erg blij met cultuursoorten als Goudsbloem, Mosterd, Kaasjeskruid em Phalcelia. Sterker nog, enkele solitaire bijen zijn ook gek op sommige van hiervoor genoemde cultuursoorten.
  • De Bijenstichting is van mening (en heeft dat ook waargenomen) dat als je zorgt voor een rijk gedekte tafel (lees in veel tuinen zaaien van cultuursoorten) er minder concurrentie is van honingbijen en hommels t.o.v. solitaire bijen.
    Speciaal honingbijen geven de voorkeur te vliegen op een gewas waarvan veel in bloei staat. Is dat een veld Phacelia dan laten ze andere inheemse bloemen links liggen. Hiervan profiteert de solitaire bijen indirect van.
  • Laat rode- en witte klaver staan voor verschillende hommelsoorten.
  • Zorg voor bloeiende bloemen van het vroege voorjaar tot het late najaar. (Eén van de beste inheemse planten die we vaak in het openbaar groen tegenkomen is de klimop!)

Ik vond het hoopvol bovenstaande informatie te vinden. Ik heb namelijk de neiging om honingbijen in de tuin te negeren, behalve als ik zie hoe een zorgzame Bijenwolfmoeder een honingbij te pakken krijgt voor haar kroost. Maar het feit blijft: ook honingbijen zijn onderdeel geworden van onze stadse natuur!

henk@wilmkebreek.nl

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2024/05/nectarnijd-en-stuifmeelstrijd/

Vogels kijken voor kinderen

Zaterdag 4 mei keken ruim 15 buurtbewoners met ons mee naar de weidevogels in de polder. Toen wij -drie leden van de natuurcommissie- aankwamen in Klein Kadoelen, beladen met telescopen, kijkers en informatiemateriaal, stonden er al twee kids op ons te wachten. Beide bleken ervaren vogelkijkers. Even later sloten ook anderen aan; bekende en onbekende gezichten. De jongste bezoeker was twee jaar oud.  Ook hij tuurde ingespannen door de telescoop, met hulp van zijn vader.

Al snel spotten we een grutto, jonge kievitjes, een slobeend, diverse bergeenden en een scholekster met twee pullen. Op speciaal verzoek van een buurtgenote zochten we een tureluur op, die ze geregeld bleek te horen, maar weinig zag. 

Opeens vlogen tientallen vogels op, luid krijsend, achter een grote buizerd aan. Samen wisten ze hem of haar te verjagen. De jonkies waren weer voor even veilig. 

Volgende weekends gaan we weer ‘gewoon’ tellen. Maar als u ons ziet staan, kom dan gerust langs en kijk even mee!

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2024/05/vogels-kijken-voor-kinderen/

Blog 34 – Nees’ boorvlieg en Gewone margriet

28 april 2024

Ik heb vorig jaar Margrieten gezaaid en opgekweekt. Dat gaat vrij makkelijk. Ze overleven de winter ook goed en bloeien al vanaf mei. Hoewel het vaste planten zijn, wordt de bloei wel elk jaar minder. Vooral het eerste jaar na het zaaien boeien ze uitbundig. De Margriet is een inheems plantengeslacht uit de composietenfamilie, de Asteraceae. Er staan heel veel kleine en korte buisbloemen bij elkaar, waardoor insecten met een korte tong daar makkelijk nectar en stuifmeel kunnen vinden. Veel soorten wilde bijen, maar ook kever, zweefvliegen en vlinders komen daarop af.

Nees’ boorvlieg

Ik inspecteer de planten regelmatig want ik wil weten of ze zich kunnen handhaven en niet overwoekerd worden door een andere plant. Op verschillende plekken heb ik ze in groepen gezet, want dat geeft straks een mooi gezicht tijdens de bloei. Nu zag ik eergisteren tijdens zo’n controle een prachtig vliegje met zijn mooi getekende vleugels zwaaien. Het blijkt bij ObsIdentify, de app van Waarneming.nl, de Nees’ boorvlieg te zijn. Hij zwaaide niet zomaar met zijn vleugels. Er zat er nog een met zijn vleugels te zwaaien. Het waren óf twee mannetjes die aan het showen waren wie de sterkste was of misschien wel een baltsend paartje. Ik weet het verschil tussen een mannetje en vrouwtje niet. De middelste twee poten dansten trouwens ook mee. Een derde zat op een andere bloemknop de boel in de gaten in te houden. De Nees’ boorvlieg had ik nog niet eerder in de tuin gezien. Dus gauw een filmpje met mijn iPhone gemaakt en op de waarneming-app van de Wilmkebreek gezet. Leuke reacties volgden.

Insectentuin

Hartstikke interessant zo’n nieuwe soort, maar ik wil dan weten waaróm hij daar zit. Dus even zoeken op internet en in ‘De Europese families van muggen en vliegen’ van Pjotr Oosterhoek, uitgave van de KNNV. En wat blijkt? 

Het vrouwtje van deze boorvlieg legt met een soort telescooplegboor haar eitjes in het bloemhoofdje van composieten, zoals de Margriet. En daar ontwikkelen de larven zich. Dat is wel even slikken, want uit zo’n bloemknop zal niet veel bloeien, vermoed ik. Een dag later is het redelijk goed weer en ik ga nog eens kijken, maar nu neem ik de camera met macrolens mee. En ja hoor. Daar zitten ze weer; meerdere vliegen op een andere plant. Wauw, ik zie zelfs een vrouwtje eitjes leggen in de bloemknop. Prachtig hoe dat vliegje zich goed positioneert en dan heel precies de eitjes afzet. En dan realiseer ik me weer dat het in deze insectentuin toch allereerst om de insecten gaat. Maar ik hoop wel dat de Margrieten nog gaan bloeien, want het oog wil ook wat…

Heb je vragen, neem dan contact op met henk@wilmkebreek.nl

Nawoord. Naar aanleiding van dit blog, kreeg ik van een lezer de tip de Nederlandse faunistische mededelingen over de Nederlandse boorvliegen van John T. Smit (van EIS) te raadplegen. Dan blijkt dat het antennelid III en de dij bij het mannetje meestal zwart te zijn en bij het vrouwtje bruin. Een poot bestaat uit dij, scheen en voet. Bij de onderste foto kun je goed zien dat de dij bruin is, dat is dus een vrouwtje. Daarnaast lees ik dat mannetjes imponeergedrag vertonen met hun vleugelbewegingen. Het is dus geen balts.

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2024/04/nees-boorvlieg-en-margriet/

Kadoelerscheg

Onze polder is geen geïsoleerd stukje groen in Amsterdam Noord maar maakt deel uit van de Kadoelerscheg. Deze zomer vindt een onderzoek plaats naar de natuur en ecologische verbindingen in de hele Kadoelerscheg. Doel is te komen tot een beheeradvies om de ecologische kwaliteit te behouden en zo mogelijk te verbeteren in de hele scheg. Lees meer op de nieuwe pagina De omgeving – Kadoelerscheg

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2024/03/kadoelerscheg/

Vossenraster

We gaan vanaf aanstaande maandag weer aan de slag om het schrikdraadraster (tegen vossen en katten) aan te leggen. Het is een jaarlijks terugkerende klus in het vroege voorjaar die voor de start van het weidevogelbroedseizoen (half maart) gereed moet zijn. Wanneer u de komende weken mensen in de polder ziet lopen weet u dat er gewerkt wordt aan de bescherming van de vogels tegen de rovers van eieren en kuikens. Helaas kunnen we hiermee de vliegende rovers (zoals kraaien, kauwen en eksters) niet tegenhouden. We beginnen met het open maken van de afvoerpijpen van de dwarssloten (die raken ieder jaar verstopt door plantengroei en modder) waarmee het waterpeil in de sloten weer op de gewenste lagere waarde komt te staan (zie foto). Daarna gaan we het schrikdraad rond de hooilanden uitrollen en de toegangshekken goed afsluiten met gaas en schrikdraad. We hopen dat het net als vorig jaar weer een goed jaar gaat worden voor de broedvogels (kievit, grutto, tureluur, scholekster, vele eenden- en ganzensoorten, waterhoenen en meerkoeten).

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2024/02/vossenraster/

Blog 33 – Vijf jaar waarnemen

4 februari 2024

Het is net februari geworden en de natuur is in rust. Planten en insecten wachten, goed beschut, geduldig op de komende lente. En ik had eindelijk de rust om eens te kijken wat ik in de afgelopen vijf jaar in de tuin heb waargenomen aan insecten, spinnen en andere geleedpotigen. Dat zijn er heel wat geworden, namelijk: 42 soorten bijen, 73 soorten kevers, 8 soorten sprinkhanen, 14 soorten libellen en waterjuffers, 5 soorten mieren, 36 soorten muggen, 198 soorten vliegen, 13 soorten dagvlinders, 127 soorten nachtvlinders, 78 soorten wantsen, 86 soorten wespen, 16 overige soorten, 42 soorten spinnen en 15 soorten hooiwagens en overige geleedpotigen. Het merendeel van de waarnemingen is op de juiste soort gebracht en geaccepteerd door Waarneming.nl. De herkenning die deze app online levert, wordt steeds beter. Sommige soorten wespen en vooral spinnen zijn niet altijd vanaf de foto op soort te brengen, maar pas nadat je ze onder de microscoop goed bestudeerd hebt. Toch kan van niet herkende soorten wel een richting gegeven worden welke soort het mogelijk kan zijn. Zo is op bijgaand foto een Kegelbij te zien. Kegelbijen zijn koekoeksbijen; zij leggen een eitje in het nest van een andere bij. Alle negen soorten Kegelbijen zijn zeldzame verschijningen geworden, waarvan er zes zelfs zeer zeldzaam. Het is niet duidelijk welk soort Kegelbij ik in de tuin zag, maar dat het er een is, kun je goed zien aan het puntvormige achterlijf. 

Interactieve inhoudsopgave

Alle gefotografeerde en op naam gebrachte soorten zijn gebundeld in ‘Insectentuin 2019-2023’. Kijk maar eens bij Natuur > Rapporten op de website van de Wilmkebreekpolder of klik op deze link. Alle onderdelen van de inhoudsopgave (pagina’s 7, 8 en 9) zijn interactief; dus als je op een onderwerp klikt, dan spring je direct in het document naar de juiste pagina met afbeeldingen van één of meerdere soorten van een Geslacht of Familie. Rechtsboven elke oneven pagina staat een ‘I’ en als je daarop klikt, spring je naar de ‘I’nhoudsopgave. Het pdf-bestand op de website staat in lage resolutie en is ingepakt in de browser, maar wil je nu een apart bestand in hogere resolutie, dan moet je mij dat laten weten. Dan stuur ik je die per WeTransfer (deze is dan niet interactief).

Nachtvlinders

Als ik zo naar de inhoudsopgave kijk, dan valt mij het hoge aantal soorten vliegen op, die zijn relatief makkelijk om te fotograferen, en hoe weinig soorten nachtvlinders ik in de afgelopen vijf jaar heb gevonden. Sommige nachtvlinders zijn -ook- dagactief en daarvan kon ik een aantal soorten fotograferen. Het is dus duidelijk dat ik niet ‘genachtvlinderd’ heb. Ik ben namelijk geen type om ’s nachts met een doek en een felle lamp erop nachtvlinders te inventariseren. Maar ik heb van een andere nachtvlinderaar de tip gekregen om dan een nachtvlinderemmer te gebruiken. Via de Vlinderstichting heb ik zo’n emmer, met een lamp erop, inmiddels aangeschaft en die ga ik dit jaar uitgeproberen. Het beestje wordt ’s nachts door het licht aangetrokken, valt in de emmer en zal beschutting zoeken onder een eierdoos, zodat ik dan ’s morgens rustig kan kijken wat het licht heeft gebracht. En daarna vliegt het weer de vrije natuur in. Nachtvinders kunnen veel over de biodiversiteit vertellen, maar dat bewaar ik voor blogs later dit jaar. En om mijn verhaal mooi te verbeelden, bouw ik het archief Insectentuin op.

Bijzonder soorten

Bij het zoeken naar nachtvlinders is er een gerede kans om ook minder voorkomende exemplaren te vinden. Zo heb ik het afgelopen jaar al drie keer een zeldzamere soort gespot. Een van deze drie, die ik overigens elk jaar wel zie, is de Klimopbladroller. Een bijzondere vondst was het Vlasbekuiltje, een prachtige uil, die ik toevallig overdag stilletjes zag zitten op een Dagkoekoeksbloem. De Vijgenskeletteermot was juist actief en fladderig nectar aan het zoeken op Heemst. Hij zal wel meegereisd zijn uit het zuiden bij de import van Vijgen of Vijgenstruiken. Nog zo’n nieuwe soort uit mediterrane landen is de Roofblindwants Dicyphus bolivari. Deze wordt gebruikt als biologische bestrijder van ‘ongewenste insecten’ in tomatenkassen en daaruit waarschijnlijk ontsnapt, zie Nederlandsesoorten.nl.

Op dezelfde website lees ik dat de prachtige Tandgoudwesp parasiteert op Urntjeswespen en Metselbijen.

Afijn, zo is er wel over elk beestje iets interessants te vertellen. Dat zal ik ook het komend jaar weer uitzoeken en proberen te beschrijven. 

De lente dringt zich inmiddels op. De komende weken ga ik nog bijenhotels maken en de tuin zo aanpassen dat hij nog beter geschikt is voor een scala aan insecten. Net op tijd is mijn insectentuin dan hopelijk klaar voor een nieuw seizoen …

Heb je nog vragen stuur dan een email naar: Henk@wilmkebreek.nl

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2024/02/blog-33-vijf-jaar-waarnemen/

Het jaarrapport 2023 is uit!

De Commissie Natuur van de vereniging heeft het jaarrapport 2023 over waarnemingen en inventarisaties in de Wilmkebreekpolder uitgebracht. Het rapport is in te zien en te downloaden op onze website www.wilmkebreek.nl, pagina De Natuur/Rapporten.

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2024/01/het-jaarrapport-2023-is-uit/