Groenvisie 2020-2050

De gemeente Amsterdam heeft de ‘Groenvisie 2020-2050, een leefbare stad voor mens en dier’ uitgebracht. Deze visie heeft tot 25 juni 2020 voor inspraak door stadsdelen en bewoners ter visie gelegen. De Gemeenteraad heeft de Groenvisie na verwerking van de inspraak op 21 december 2020 vastgesteld.

Het was de wens van Stadsdeel Noord dat de ‘Integrale Landschapskaart Noord’ als input zou dienen bij het opstellen van de ‘Groenvisie 2020-2050’. De Landschapskaart of denkbeelden daaruit worden evenwel nergens genoemd in de Groenvisie en de Landschapskaart is ook niet opgenomen in de lijst met relevante documenten. De Vereniging tot Behoud van de Wilmkebreekpolder denkt daarom dat de Landschapskaart geen rol van betekenis heeft gespeeld bij het schrijven van de Groenvisie.

De ‘Stedelijke Groenvisie 2020-2050’ is van een hoger abstractieniveau dan de ‘Integrale Landschapskaart Noord’. De Groenvisie “schetst een beeld van Amsterdam als groene stad en hoe dit zich tussen nu en 2050 verder kan ontwikkelen”. Kernpunten voor het groenbeleid zijn ‘gezondheid’, ‘sociaal welzijn’, ‘klimaatadaptatie’ en ‘natuur’. 

Om de gewenste, robuuste, groene structuur in de stad Amsterdam te verkrijgen wordt in de Groenvisie uitgegaan van de volgende principes:

  • Er is genoeg gevarieerd groen voor iedereen.
  • Het groen draagt bij aan verschillende beleidsopgaven.
  • De stad wordt natuurinclusief aangelegd en beheerd.
  • Aan groen werken we samen.

Het meest concreet wordt de Groenvisie in hoofdstuk 3: ‘Wat gaan we doen?’. Het gaat dan om het verbeteren, uitbreiden of groener maken van:

  • groene en groen-blauwe verbindingen (het groene netwerk wordt uitgebreid; de buurten, wijken, parkgebieden en het landschap worden verbonden door groene oevers, lanen, (stads)straten, kades en routes)
  • groene gebouwen, kavels en buurtgroen (bijna de helft van de stad bestaat uit gebouwen, tuinen en bedrijventerreinen; door de “verdichting van de bebouwing” wordt die ruimte steeds belangrijker; er zijn kansen om die ruimte groener te maken in de vorm van daktuinen, geveltuinen, groene binnenterreinen, meer bomen, postzegelparkjes)
  • parkgebieden – waaronder heemtuinen, schooltuinen, sportparken, begraafplaatsen en volkstuinparken (grote groengebieden zijn de “oases van de stad”, het zijn “plekken om de rust of juist gezelschap op te zoeken”; de wens is om de parken uit te breiden en om bestaande groene gebieden anders in te richten, zodat ze als park kunnen functioneren; voornemen is om een nieuw stadsbos te ontwikkelen in Amsterdam of in de directe omgeving)
  • landschap om de stad (vanuit de stad kom je in het rustige groene landschap rond de stad: de Brettenzone, de Tuinen van West, Waterland, de Diemerscheg, de Amstelscheg of het Amsterdamse Bos; de wens is om deze gebieden onbebouwd te laten, om de koppen van de groene scheggen te ontwikkelen tot landschapsparken voor meer recreatieve activiteiten door een breed publiek, om betere verbindingen te maken met de stad, en om de biodiversiteit te behouden en te versterken; streven is om het waterpeil in Waterland te verhogen ter voorkoming van veenoxidatie; de verkoop van lokale landbouwproducten direct bij de boer of bij de winkel om de hoek zal worden gestimuleerd).

Uit de Groenvisie 2020-2050: Groene en groen-blauwe verbindingen – bestaande en nieuwe ‘parkachtige’ gebieden

In het laatste hoofdstuk van de Groenvisie wordt uitgelegd hoe men te werk denkt te gaan: De ambities en principes uit de Groenvisie zullen worden vertaald naar beleidskaders en beleidsuitwerkingen. Per stadsdeel zal een ‘groenkansenkaart’ worden gemaakt. ‘Bovenwijkse’ groenprojecten zullen worden uitgewerkt in het ‘Strategisch Huisvestingsplan Bovenwijks Groen’(!). De huidige Hoofdgroenstructuur (waar de Wilmkebreekpolder deel van uitmaakt) zal worden geactualiseerd en de groennormen zullen worden aangepast (wat betekent dat voor de polder?). Waar mogelijk zullen de Ecologische structuur, de Hoofdbomenstructuur, het Groennet, en de Groene straten-padenkaart worden geïntegreerd in de Hoofdgroenstructuur.

Heel veel actie op papier dus. Het realiseren van al die groene ambities is natuurlijk wel afhankelijk van de beschikbare financiële middelen. En van de prioriteiten die aan andere ambities en beleidsvoornemens, bijvoorbeeld de op handen zijnde energie-transitie, worden toegekend. Er moet overigens nog structurele financiering worden gevonden voor een groot deel van de groenwensen. Men denkt aan Europese fondsen of aan financiering door private partijen.

De nieuwe Hoofdgroenstructuur zal worden opgenomen in de Omgevingsvisie 2050. De Omgevingsvisie wordt een belangrijk planologisch raamwerk voor stedelijke ontwikkelingen. De daarvan afgeleide Omgevingsplannen zullen de plaats gaan innemen van de huidige Bestemmingsplannen.

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/groenvisie-2050/