Blog 04 – Hommels

Maart 2021

Op dit moment genieten we van een paar heerlijke voorjaarsdagen, net voor Pasen. Dit is ook hét moment voor veel insecten om het jaar te beginnen en in het bijzonder voor hommels. Wanneer de dagtemperatuur ongeveer 10 graden is kun je de eerste hommelkoninginnen zien. Ze gaan op zoek naar bloemen om hun energie voorraad aan te vullen. Daarom is het belangrijk om vroegbloeiende voedselplanten in de tuin te hebben zoals krokus, blauw druifje, hondsdraf, paarse- en witte dovenetel.

Koningin

Als je nu een hommel ziet vliegen, dan is het een koningin die waarschijnlijk al acht maanden op dit moment heeft zitten wachten. Ze heeft vorig jaar zo veel mogelijk gegeten en is nu dus uitgehongerd. Ze lurken uit het Longkruid (Pulmonaria officinalis) of Russische smeerwortel (Symphytum uplandicum) of zijn op zoek naar wilgen, die al in bloei staan. De nectar zorgt voor de energie en het stuifmeel voor de broodnodige eiwitten. Als ze na een paar weken aangesterkt zijn, zoeken ze een nestholte. Je kunt zelf zorgen voor rommelhoekjes in je tuin waar zo’n koningin een nest kan beginnen. Hommels steken eigenlijk niet of niet zo snel of je moet ze direct bedreigen. Ik ben nog nooit gestoken door een hommel. Kijk maar eens bij de bijenstichting als je toevallig zo’n nest vindt. Bij mij zat vorig jaar een akkerhommelnest ergens tussen het laagblijvend knoopkruid. Ik zet er dan een stokje in de buurt, zodat ik weet dat ik dat plekje met rust moet laten. Een aardhommelnest zat onder de schuur.

Broeden

Van pluizig materiaal, zoals droog gras, mos of wol wordt een nestje gedraaid met een holte in het midden van ongeveer 6 cm. groot. Met speciale klieren maakt ze een kommetje van was dat met nectar wordt gevuld. Dit is haar voorraad voedsel voor als ze dadelijk haar eitjes gaat uitbroeden. Ze maakt een klein balletje van nectar en honing, waarin ze haar eerste bevruchte eitjes in afzet. Ze begint te rillen en broedt zo de eitjes uit op ongeveer 30 graden. Na vier dagen komen de eitjes uit en eten het stuifmeel op. De koningin vult hun voorraad aan. De larven, werksters-in-spe, vervellen een aantal keer, verpoppen en komen dan uit. Na een paar dagen vliegen ze uit, terwijl de koningin dan alweer nieuwe eitjes heeft gelegd, die dan door de werksters verzorgd zullen worden. Vorig jaar zag ik op 12 april al een werkster akkerhommel op smeerwortel voedsel zoeken. Is er een oud vogelnestje in de buurt, dan is er kans dat er de boomhommel daar een nest in maakt. Steenhommels vinden spouwmuren heerlijk en weidehommels zoeken hoger gelegen vogelnesten op. Aard- en tuinhommels kun je uit elkaar houden door naar de onderkant van het borststuk te kijken, bij tuinhommels is er een gele band. 

Zomer

In juni-juli legt de koningin eitjes waar mannetjes en nieuwe koninginnen uit komen, geen werksters meer. De mannetjes genieten in de hoogzomer van bloemen met stevige knoppen. Ik zag een mooi exemplaar van de Aardhommel op een vlinderstruik. Ze paren met de nieuwe koninginnen, die daarna een overwinteringsplek zoeken, zoals een bloempot met losse compost. Alle hommels sterven, behalve de nieuwe koninginnen, die het jaar erop weer tevoorschijn komen. 

Wil je meer weten over hommels, lees dan eens ‘Een verhaal met een angel’ van Dave Goulson bij uitgeverij Atlascontact.

Henk van Alst, henk@wilmkebreek.nl

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2021/03/blog-04-hommels/

Blog 03 – Planten en insecten

22 maart 2021

Planten in de tuin vormen de basis van een voedselketen. Bladgroenkorrels in bladeren vangen zonne-energie op en zetten die met water en kooldioxide om in suiker, zetmeel en cellulose. Die energie wordt weer gegeten door rupsen, bladluizen of bijen. 

Een-op-een

De meeste insecten hebben een voorkeur voor één specifieke plantensoort. Ik las in ‘De Tuinjungle’ van Dave Goulson (atlascontact.nl) hoe dat komt: planten zijn energiebommen, maar steken hun energie liever in zaden, dan in gegeten worden. Door toevallige mutaties hebben de meeste soorten hun eigen gif ontwikkeld, zodat ze beschermd zijn tegen vraat. Maar in de loop van de evolutie konden insecten – ook weer door toevallige mutaties – deze chemische barrière doorbreken. En zodra dat lukte, werd die plant stukken beter te verteren. Waar die plant dan weer iets tegen probeerde te ondernemen door het giftige stofje iets te veranderen, enzovoort. De geur van zo’n toxine, bedoeld om insecten af te schrikken, kon dan voor één soort insect juist een aantrekkingskracht worden om erop af te gaan of om er eieren op af te zetten, zodat de larven meteen genoeg voedsel hebben. 

Deze een-op-eenrelaties kom je in de tuin gemakkelijk tegen bij bijvoorbeeld de Dwerg-kattenstaartsnuitkever (Nanophyes marmoratus), de Grote narcisvlieg (Merodon equestris), de Dovenetelgraafwants (Tritomegas bicolor) of de Klimopbladroller (Clepsis dumicolana).

Toen de bloemplanten verschenen (ca 150 miljoen jaar geleden) en insecten die gingen bestuiven, nam de soortenrijkdom van zowel planten als bestuivers enorm toe doordat planten en insecten zich over en weer gingen specialiseren: planten om bestoven te worden en insecten om van hun favoriete nectar te snoepen. Zo ontstond gedurende de evolutie een nauwe band tussen plant en plantenetende of bloembestuivende insect. De weinig voorkomende Andoornbij (Anthophora furcata) bijvoorbeeld is dol op Bosandoorn (Stachys sylvatica) en andere Andoornsoorten.

Wilde planten

Maar je hebt ook wat algemenere bestuivers. Ik had gelezen dat exotische planten in de tuin eigenlijk niet zo goed is voor onze insecten. Daarom heb ik vorig jaar wat exoten vervangen door wilde soorten die ik kocht bij kwekerij de Helianth (www.deheliant.nl). Ik wilde eerst eens te kijken of ze zich staande hielden. Hartgespan (Leonurus quinquelobatus) deed het heel goed, bloeide lang en daar vond ik vaak de Grote wolbij (Anthidium manicatum). Slangenkruid (Echium vulgare) plant je het beste op wat armere grond en lokte oa. de Tuinbladsnijder (Megachile centuncularis). En Heelblaadje (Pulicaria dysenterica), een gele composiet, waar de Tronkenbij (Heriades truncorum) van houdt. Een vriendin schrok toen ik vertelde dat Heelblaadje nu in de tuin staat, want hij zou enorm woekeren. En later zag ik ze inderdaad in grote groepen in het Twiske staan. Dit jaar komt het weer goed op, dus ik zal hem maar een beetje in de gaten houden : – ) 

Exoten

Natuurlijk zijn er ook exotische planten waar bijen en vlinders dol op zijn, zoals bijenvoer (Phacelia tanacetifolia) en de Vlinderstruik (Buddleja davidii). Sommige wilde bijen kunnen juist ook baat hebben bij nieuwkomers, want hoe meer soorten hoe meer biodiversiteit. Bestuivers zullen dan immers meer gevarieerd voedsel vinden. Je zou denken dat door het bovenstaande evolutionaire verhaal over de nauwe relatie tussen plant en insect dit moeilijkheden zal opleveren, maar zelfs specialistische bijen lijken soms in staat een exoot te kunnen bestuiven.

Uit onderzoek (https://edepot.wur.nl/347657) van Menno Schilthuizen blijkt verder dat de evolutie gewoon doorgaat tussen inheemse insecten en exotische plantensoorten. Sommige specialisten zullen de strijd verliezen. Maar beide kanten zullen zich proberen aan te passen, waardoor ‘uitheemse’ soorten uiteindelijk permanent worden geïntegreerd in onze ‘inheemse’ flora en fauna.

Dus als je dit voorjaar nieuwe interessante soorten in je tuin plant, laat dan in ieder geval ook genoeg wilde bloemen staan, want zo geef je onze insecten in ieder geval genoeg te eten.

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2021/03/03-insectenblog-planten-en-insecten/

Commotie op de Landsmeerderdijk

Op 15 maart kregen de bewoners aan de Landsmeerderdijk een brief in de bus van baggerbedrijf Ippel Dredging in Koudum (Fr). Deze brief, die was gedateerd op 8 maart 2021, liet weten dat in opdracht van de gemeente Amsterdam gedurende een periode van 2 à 3 weken baggerwerkzaamheden zouden worden uitgevoerd in de sloot achter de huizen. Deze kwelsloot van de dijk vormt de afscheiding met de Wilmkebreekpolder. In de brief werd de bewoners verzocht om privé-eigendommen uit de sloot te verwijderen om beschadiging en vertraging van het werk te voorkomen.

Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is verantwoordelijk voor het onderhoud van de sloot, maar heeft nu kennelijk besloten om het onderhoud via de gemeente Amsterdam te laten lopen. In het verleden liet het hoogheemraadschap zelf de baggerwerkzaamheden uitvoeren en werd rekening gehouden met de broedperiode van de vogels.

Het bestuur van de Vereniging tot Behoud van de Wilmkebreekpolder heeft gemeend actie te moeten ondernemen, omdat de huidige baggerwerkzaamheden zouden gaan plaats vinden juist in de periode dat de weidevogels en watervogels beginnen met het innemen van een broedterritorium en de eerste eieren worden gelegd. We hebben daarom direct op 15 maart een protest-bericht gestuurd naar de aannemer (en mogelijke betrokkenen bij de gemeente en het hoogheemraadschap) met verwijzing naar de ‘Gedragscode Flora- en Faunawet’ van de gemeente Amsterdam. Deze gedragscode geeft aan dat onderhoudsbaggerwerk in de periode 1 maart – 31 juli niet is toegestaan. Alhoewel de Flora- en Faunawet inmiddels is vervangen door de Wet Natuurbescherming, heeft de gemeente Amsterdam tot op heden verzuimd om de eigen gedragscode bij te werken. De bestaande gedragscode is daarom nog steeds van kracht.

Op 16 maart, aan het begin van de ochtend, werd baggermaterieel uitgeladen op de Landsmeerderdijk, waardoor de kwestie zeer urgent werd. We hebben daarop telefonisch contact gehad met de aannemer en met de door de aannemer ingehuurde ecoloog van Bureau Natuurzorg, waarin we onze zorgen en bezwaren naar voren hebben gebracht. Ook heeft een buurtgenoot die advocaat is, gebeld met de aannemer en aangegeven dat er juridische stappen gezet zouden worden wanneer het baggeren doorgezet zou worden. De aannemer heeft vervolgens contact gezocht met de opdrachtgevende ambtenaar bij de gemeente Amsterdam. Kennelijk is de gemeente Amsterdam overstag gegaan, want de aannemer liet ons weten dat het werk uitgesteld zou worden. Direct daarna werd het baggermaterieel weer afgevoerd.

Uiteraard zijn we heel erg benieuwd hoe deze opdracht aan de aannemer tot stand is gekomen en wat de overwegingen zijn geweest om het werk uit te stellen. We houden u op de hoogte!

Het bestuur van de vereniging

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2021/03/commotie-op-de-landsmeerderdijk/

Blog 02 – ‘Zen’

Maart 2021

Deze blog verschijnt onregelmatig en gaat over waarnemingen in de tuin van Kadoelenweg 358. Als je daarover vragen hebt, neem dan gerust even contact met me op via henk@wilmkebreek.nl

Op 27 januari, zo vroeg al!, zit er een strontvlieg (Scathophaga stercoraria) op het raam; ik herken hem meteen. Hij is prachtig, een beetje geel-bruin, harig en hij blijft vooral rustig zitten om eens goed bekeken te worden. Afgelopen zomer kwam ik erachter dat het daarom al een dankbaar insect is om te fotograferen. Ingezoomd op een computerscherm kom je in een hele andere wereld terecht en blijkt hoe verbazend mooi ze zijn. Het moest nog vriezen in februari en dat heeft het ontwaken van de natuur nog even uitgesteld, maar direct in de lenteweek na de winterweek zag je alweer bijen, hommels en vlinders.

Fotografisch inventariseren

De afgelopen 2 jaar heb ik een fotografische inventarisatie van insecten in de tuin gemaakt. Ik dacht dat ik misschien wel 100 soorten zou vinden, maar het werden er 573! Onvoorstelbaar veel. Eerst waren het vooral bloembezoekende bijen en hommels en vond ik onder andere de Gewone kegelbij (Coelioxys inermis). Dit bleek een koekoeksbij te zijn die niet zo veel meer voorkomt. Ik wist niet eens dat er iets bestond als een koekoeksbij, dus een bij die bij een ander een ei legt en er zelf niet voor zorgt. Dus verder met kevers en vlinders en zo werd op een mooie dag de Lissenboorder (Mononychus punctumalbum) en een Wilgenwespvlinder (Synanthedon formicaeformis) gespot, maar al snel fotografeerde ik ook soorten van alle overige families (sprinkhanen, libellen, wantsen, vliegen en muggen, wespen en mieren). Eén keer joeg een Woeste sluipvlieg (Tachina fera/magnicornis) mij de stuipen op het lijf omdat het ineens op mijn korte broek landde. Iehh… Maar mijn ervaring is inmiddels, dat als je rustig blijft, je niet bang hoeft te zijn dat je gestoken of aangevallen wordt. In de afgelopen twee jaar ben ik nooit gestoken. Dat lieg ik, natuurlijk heb ik muggenbeten opgelopen en een daas wilde het wel eens proberen. In een reflex sloeg ik de eerste dood, maar nu probeer ik mezelf te beheersen. Het lukte me om de daas die op mijn hand landde toch te fotograferen. Wat hebben ze trouwens prachtige ogen! Degene die het dus overleefde, bleek het vrouwtje van een gewone regendaas (Haematopota pluvialis) te zijn. Later had ik ook nog een Diksprietregendaas (Haematopota crassicornis). En dat heb je nu altijd met insecten; er zijn altijd zoveel soorten van…

De juiste soort?

Van een aantal insecten weet ik de naam inmiddels wel of in ieder geval uit welke familie het komt, want opzoeken welke soort het is, gaat nu erg makkelijk: maak een foto die zo scherp mogelijk is, waarbij het beestje er goed en helemaal op staat – het liefste een beetje schuin van voren en boven. Upload de foto op waarneming.nl (groen kader linksboven in) en je krijgt direct resultaat! Als je een 100% score hebt, dan weet je de officiële naam van jouw insect. Maar hoe lager het scoringspercentage, des te minder kans er is dat de gevonden soort ook klopt. En daarom worden er alternatieven voorgesteld. Voordat je zo’n alternatief goedkeurt, wel eerst goed uitzoeken of het dan wel de juiste soort is. Zoek de voorgestelde soorten op bij websites als vlinderstichting.nl of wildebijen.nl of kijk ook eens bij nederlandsesoorten.nl of op waarneming.nl zelf. Probeer het invulformulier wel zo goed mogelijk in te vullen, want het wordt o.a. gebruikt voor onderzoek. Als achteraf blijkt dat jouw keuze inderdaad de juiste soort oplevert, dan ontvang je bij een score lager dan 100% nog een mailtje van een specialist die een ‘goedgekeurd met bewijs’ geeft. Bij insecten waarbij microscopisch onderzoek nodig is om de juiste soort te bepalen, kan de soortnaam niet vastgesteld worden.

Nadat ik blijkbaar een Witte reus (Volucella pellucens) had gezien en me ging verdiepen in zweefvliegen, kwam ik erachter dat er maar liefst 330 soorten alleen al in Nederland voorkomen! Meteen dus een handige gids over zweefvliegen aangeschaft: Zweefvliegen van Nederland en België van André Schulten en ook maar de Veldgids Bijen voor Nederland en Vlaanderen van Steven Falk, want wilde bijen spotten was eigenlijk de aanleiding om überhaupt met inventariseren te beginnen. En of het nu om de familie van bijen en hommels gaat of die van de wespen en mieren of eigenlijk om het even welk andere familie ook, telkens blijken er onnoemelijk veel variëteiten van te bestaan! Ze maken het je niet makkelijk. En dat was ook de drempel om me te verdiepen in insecten, want het duizelt je van de soorten. Ik lees bij EIS Kenniscentrum (European Invertebrate Survey), het kenniscentrum over insecten en andere ongewervelden, dat er in Nederland alleen al ongeveer 23.000 soorten ongewervelden voorkomen. Het merendeel daarvan zijn insecten. 

Maar nu, na twee jaar, heb ik er een nieuwe hobby bij, want het is gewoon helemaal ‘Zen’ om in alle rust in de tuin rond te kijken en te genieten van de enorme variatie en hoe ze leven. En dat om je huis!

In de komende blogs zal ik je daar meer over vertellen. Voor inspiratie kun je alvast kijken bij Insectentuin 2019-2020.

Henk van Alst

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2021/03/02-insectenblog-zen/

Fotowedstrijd Wilmkebreekpolder

Wij nodigen alle omwonenden van de Wilmkebreekpolder uit om foto’s van de de polder en directe omgeving te maken. De laatste maanden zijn we hard bezig geweest om onze verouderde website eens flink op te schudden en wij zijn trots op het resultaat! Er is alleen één manco: ons fotobestand is nogal verouderd. Daarom doen wij een oproep aan alle buurtgenoten om foto’s van ‘het mooiste poldertje van Nederland’ te maken. 

Tips&Trics

Natuurlijk willen we jullie ook een handje helpen. Marga Bögels, van de workshop ‘Fotografie met Smartphone’, geeft elke maand advies hoe je met je telefoon of met je professionele camera tot een verrassend resultaat kunt komen. De foto kan van dichtbij zijn, zoals van een bloem of insect, een vogel of koe vanaf de rand van de polder of een panoramafoto van de polder in zijn geheel. Stuur vervolgens je foto’s (met naam) naar fotowedstrijd@wilmkebreek.nl en korte tijd later zullen ze te zien zijn op de pagina ‘Fotowedstrijd’ onder menu-item ‘Activiteiten’. 

De winnende foto

We houden je maandelijks op de hoogte wie er de mooiste foto van de maand heeft gemaakt en de jury zal dat ook motiveren. In de jury zitten natuurlijk Marga Bögels, Sabine Bekkers (zij beheert de website en heeft al veel foto’s gemaakt) en Henk van Alst (hij is de grafisch ontwerper van de website).

Omdat het komende week echt winter gaat worden met vorst en sneeuw geven we de eerste maand tips over de panoramafoto.

Foto: Marina Roosebeek

Tips voor panoramafoto (foto van de maand februari 2021)

  • Zet je camerastand op ‘panorama’ (als je die hebt)
  • Het begint met een goed idee, zonder idee schiet je met losse flodders
  • Een goede compositie mondt uit in een foto waarin alles elkaar versterkt, het vormt een harmonisch geheel. Een compositie die rust uitstraalt, kan ook saai zijn. Probeer ook eens een asymmetrische compositie, dat kan verrassend werken en geeft dynamiek en beweging
  • In eerste instantie zul je een horizontale panoramafoto willen maken, maar probeer ook eens verticaal te fotograferen met de panormafunctie, omdat je dan meer van de omgeving op de foto krijgt. De panoramafunctie zet de staande beelden naast elkaar en zal er uiteindelijk toch een liggend beeld van maken.
  • Stuur je foto uiterlijk 28 februari op naar fotowedstrijd@wilmkebreek.nl
  • Als je het kunt verander de naam van de foto in je eigen naam of zet je naam in je mailtje.

Auteursrecht

Als je een foto opstuurt, geef je meteen ook toestemming dat de Vereniging tot Behoud van de Wilmkebreekpolder de foto auteursrechtenvrij mag gebruiken voor de website of voor andere uitingen van de vereniging. We zullen je naam natuurlijk bij de foto vermelden.

Marga, Sabine, Marijke, Marina, Marja, Nynke, Tom en Henk

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2021/02/fotowedstrijd-wilmkebreekpolder/

Blog 01 – Wachten in de winter

Januari 2021

De komende periode zal ik onregelmatig een blog schrijven over mijn waarnemingen van insecten in de tuin op de Kadoelenweg 358. Als je vragen hebt, neem dan gerust even contact op met Henk van Alst: henk@wilmkebreek.nl

Het is januari en stil en koud buiten. ’s Nachts vriest het licht. Er is geen insect te bekennen en het bijenhotel lijkt verlaten. De meeste insecten zijn aan het overwinteren en dat betekent: op een beschutte plek stil blijven zitten totdat de temperatuur weer stijgt. Er zijn er die het huis in kruipen, zoals een groepje Lieveheersbeestjes bij het zolderraam. Soms kruipen ze een stukje verder, maar echt in huis komen ze liever niet. Misschien is het daar te warm. Nee, dicht bij het zolderraampje, dat is blijkbaar de goeie plek. 

Antivries

Er zijn insecten die voor de kou naar het zuiden trekken, net als vogels. Distelvlinders, Atalanta’s en Snorzweefvliegen zijn echte trekinsecten. Je kunt het je nauwelijks voorstellen, maar zo’n beestje – dat nauwelijks iets weegt – vliegt echt helemaal naar Zuid-Frankrijk, Spanje of zelfs naar Noord-Afrika. In het voorjaar of ietsje later komen hun nakomelingen weer terug. Toch overwintert een Snorzweefvlieg hier ook als pop. In de tuin zijn er genoeg rottende planten waar ze onder kunnen schuilen. Als ze het overleven kruipt de vlieg in het voorjaar al vroeg uit de pop. Vorig jaar zag ik op 23 maart de eerste Snorzweefvlieg alweer in het zonnetje zitten. (Overigens was de Kegelbijvlieg er nog vroeger bij. Op 16 maart zat een groepje van vier lekker te zonnen op een blad van de Camelia.) De andere Snorzweefvliegen komen dan ook snel kijken, zodat de eerste generatie larven al vroeg hun favoriete voedsel – bladluizen – kunnen vinden. Later komt dan de generatie uit het zuiden om ze af te lossen. De meeste soorten insecten leven 4-6 weken en overwinteren als larve of pop. Dat lukt ze omdat extra suiker in het lijfje als een soort antivries werkt. Die larven en poppen liggen dan ergens in of op de grond onder wat strooisel, dat beschermt ze dan tegen de sterkste kou. Daarom kun je de tuin ook maar het beste gewoon met rust laten en hem pas in het voorjaar, als het warmer dan 10 graden wordt, in orde maken voor het nieuwe seizoen.

Koudeprikkel

Citroenvlinders overwinteren als volwassen insect en dat doen ze in struiken of op de grond. Sommige bijensoorten, zoals hommels, maar ook wespen en mieren overwinteren in de grond, in muizenholen of spouwmuren. In ieder geval zijn het altijd vrouwtjes die dat doen (de mannetjes sterven direct na de paring of aan het einde van de zomer). Deze koninginnen hebben als larve meer voedsel gekregen en zijn extra groot. Met deze reserve wachten ze het voorjaar af, zijn dan uitgehongerd en vallen direct elke bloem in de buur aan, zoals speenkruid, hondsdraf, krokus en de eerste paardebloemen. Solitaire bijen ontwikkelen zich in nestholletjes, zoals een kevergang in een bramenstengel of in insectenhotels en wachten de winter af als volgroeide larve of als volwassen bij in hun broedcel. Een koudeprikkel is nodig voor hun ontwikkeling.

Tot volgend jaar

De Rosse metselbij is zo’n solitaire bij en zit in de winter dus kant en klaar in de broedcel te wachten op het voorjaar. In maart/april komen eerst de mannetjes uit hun broedcel en daarna, een week of twee later, de vrouwtjes. Het is dan een kwestie van aansterken, paren, de nestcellen in orde maken en eieren leggen. Aan het einde van de lente zijn de volwassen bijen dood. De laatste volwassen Rosse metselbij heb ik 15 mei bij het bijenhotel gezien. Hij zag er tamelijk afgeleefd uit en had al zijn mooie, rosse haartjes verloren. Het ei komt na ca 5 dagen uit. Afhankelijk van de temperatuur zal de larve zich na ongeveer 4 weken inspinnen. Daarna verpopt die zich en eind juni/juli zit de nieuwe volwassen bij alweer rustig te wachten in de broedcel tot het volgende voorjaar. 

Bijenhotel

Omdat er veel soorten solitaire bijen in aantal achteruit gaan, kun je ze een handje helpen met een bijenhotel. Afgelopen zomer ben ik bij Jon Silber van volkstuincomplex Amstelglorie op bezoek geweest. Hij heeft verstand van bijenhotels en heeft me laten zien hoe hij dat aanpakt. Het zoemde aan alle kanten, zowel van zijn bevlogenheid als de bijen om de hotels. Van dit gesprek heb ik een verslag gemaakt hoe je zo’n bijenhotel maakt en waar je rekening mee moet houden. In dit document heb ik de soorten solitaire bijen opgenomen die in onze tuin voorkomen en hoe je ze het beste kunt helpen met gaten in (vermolmd) hout, leem of zand en op welke planten ze dol zijn. Als je zo’n bijenhotel in je tuin in de zon plaatst, kun je makkelijk genieten van deze diertjes. Ze kunnen niet of nauwelijks steken en dus ook leerzaam voor kinderen. De wachttijd in de winter is de perfecte tijd om zo’n bijenhotel te maken. Ben je geïnteresseerd, ga dan naar Tips voor een bijenhotel in de Kadoelen.

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2021/01/wachten-in-de-winter/

Herfst in de polder

Beste lezer,

De dagen worden korter en langzaam gaat de temperatuur naar beneden. Voor veel vogels is dat het signaal om naar zuidelijker streken af te zakken. Bij ons in de polder zien we inmiddels veel overwinteraars aankomen. Dat zijn vooral de eendensoorten zoals Krakeend, Smient en de prachtige Wintertaling (de kleinste van het drietal). Er is ook een vast groepje Kieviten dat regelmatig neerstrijkt in de polder om even later weer een uitstapje naar Waterland te maken. Ze zitten graag langs de natte greppels. Wanneer je goed kijkt zie je in hun buurt vaak een groepje Watersnippen zitten. De Watersnip is inmiddels een vaste wintergast in de polder. Ze zitten bij voorkeur in de natte slootkanten. Wanneer ze stilzitten zijn ze bijna onzichtbaar, zo goed weten ze op te gaan in de oeverbegroeiing. Soms zie je alleen hun donkere weerspiegeling op het water. Op dit moment kan je overigens ook grotere groepen Watersnippen zien, dat zijn de doortrekkers die niet in de polder blijven. Vorige week was er lange tijd een groep van ruim 60 snippen te bewonderen. Soms zie je ook een Witgatje (een kleine steltloper) tussen de Kieviten lopen. De Blauwe Reiger is een typische wintergast. Hoewel de soort jaarrond in de polder is te zien komen er in de winter veel soortgenoten bij (vorige week waren er meer dan 30). De Grauwe Gans komt en gaat. Momenteel zijn er groepen van 100 – 200 individuen, maar dat aantal kan gemakkelijk groeien tot 400 – 500. Er lopen nog steeds 2 jonge ganzen in de polder die vanaf hun geboorte in het voorjaar een onderontwikkelde vleugel hebben. Ze kunnen niet vliegen en gaan bij onraad snel het water in. Boven de polder zie je bij harde wind vaak een grote groep Kauwen vliegen. Ze lijken er veel plezier in te hebben om met elkaar allerlei capriolen in de lucht uit te halen. De Zwarte Kraai komt soms ook in een grote groep bij elkaar. Het lijkt dan alsof alle kraaien uit de buurt een vergadering hebben afgesproken.

Er is dus veel te zien in deze tijd van het jaar. Door de vele regen van de afgelopen weken staan flink wat greppels vol met water. Deze plas-dras gebiedjes worden door veel vogels erg gewaardeerd, omdat de bodemdiertjes in de zachte grond gemakkelijker bereikbaar zijn voor de zoekende snavels. De dikbilkoeien met hun kalveren van dit jaar zijn nog in de polder, maar wanneer het kouder wordt en het gras nauwelijks meer groeit gaan ze naar de stal. Mogelijk laat boer Harry de jonge schapen wel de gehele winter in de polder lopen (wanneer de winter zacht blijft, net als vorig jaar).

Er is ook nieuws over de website te melden. Een klein groepje mensen onder aanvoering van Sabine, de website-beheerder, gaat een moderniseringsslag doorvoeren. De website krijgt een ander uiterlijk en wordt meer geschikt gemaakt voor de smartphone. Tijdens de verbouwingswerkzaamheden gaat de website een tijdje uit de lucht. We melden ons weer wanneer de nieuwe website in gebruik wordt genomen!

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2020/11/herfst-in-de-polder/

Filmpje

Vogelbescherming Nederland heeft een filmpje gemaakt van ons werk voor de vogels in de polder. Het filmpje is te zien op de website van Vogelbescherming Nederland. Deze link geeft toegang tot het artikel “Weidevogels beschermen in de stad”.

Klikt U op de foto, dan komt U direct bij het filmpje.

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2020/07/filmpje/

Bericht van HHNK over dijkversterking

Voor degenen die geen mail van Thomas Rus van HHNK hebben ontvangen: zie hieronder.

 

 

Geachte heer/mevrouw,

Allereerst hoop ik dat mijn mail u in goede gezondheid treft. U ontvangt dit bericht omdat u in het verleden heeft aangegeven graag op de hoogte te blijven van het project Dijkversterking Noordzeekanaal.

De coronamaatregelen vragen een andere manier van werken voor ons, ook voor het projectteam van de dijkversterking. Achter de schermen wordt volop gewerkt aan het project. In de periode 2016-2019 hebben we regelmatig contact met bewoners gehad over het project. Daarnaast heeft u op informatieavonden uw ideeën met ons gedeeld. Naast de dijkversterking zelf, is hier ook een aantal meekoppelkansen uit naar voren gekomen. Dit zijn zaken die niet direct met de dijkversterking te maken hebben maar hier wel een raakvlak mee hebben en waarvan het dus efficiënt kan zijn om deze samen met de dijkversterking op te pakken.

Bloemrijke Landsmeerderdijk

Een van deze meekoppelkansen is de wens om de Landsmeerderdijk in te richten als bloemrijke dijk. Dit geeft een prachtig beeld en is goed voor de biodiversiteit. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) staat hier positief tegenover en wil dit graag mogelijk maken. Op dit moment onderzoeken hoe we het beste om kunnen gaan met bloemrijke dijken. Dit is namelijk ook voor ons een zoektocht! Afhankelijk van de ondergrond, het bloemrijkmengsel en andere factoren is de situatie is het op iedere dijk net weer anders. Zo ook bij de Landsmeerderdijk.

Om een bloemrijke dijk succesvol te kunnen aanleggen, is het in ieder geval belangrijk dat de grond van het dijktalud verschraald wordt. Het dijktalud is de helling  tussen de top en de onderkant van de dijk. De bodem van het talud is nu te rijk aan voedingsstoffen waardoor er brandnetels en andere onkruiden groeien. Bloemrijke mengsels hebben hierdoor veel minder kans om op te komen. Deze maken meer kans in een bodem die minder rijk is, hoewel dat in de eerste instantie misschien vreemd klinkt.

Planning

De dijkversterking gaat naar verwachting in de periode 2022-2023 in uitvoering. Hierdoor hebben we nu de tijd om de bodem te verschralen. Zo is de bodem over een paar jaar goed geschikt om ingezaaid te worden met een bloemrijk mengsel. Dit verschralen doen wij door het inzetten van een schaapskudde van de firma Rinnegom. De schapen lopen dit jaar en komende jaren een aantal keer op de dijk om de aanwezige begroeiing weg te grazen. Dit werkt beter dan maaien van de dijk omdat het maaisel dan blijft liggen en juist dat zorgt dan weer voor meer voedingsstoffen in de bodem waardoor onkruiden meer kans hebben. Daarnaast brengen de schapen minder schade toe aan het dijktalud en zijn minder milieubelastend dan de inzet van zwaar materieel, omdat er geen uitlaatgassen worden uitgestoten.

Deel uw foto

De eerste keer dat de schapen op de dijk lopen is woensdag 6 mei aanstaande. Naar verwachting staan ze er een of twee dagen op. Als u langskomt, maak dan vooral een leuke foto en tag @waterschaphhnk of #hhnk op social media.

 

Met vriendelijke groet,

Thomas Rus
Omgevingsmanager project dijkversterking Noordzeekanaal

Afdeling HWBP 

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier
Bezoekadres: Stationsplein 136, Heerhugowaard 
Postadres: Postbus 250, 1700 AG Heerhugowaard
t. 06 12 34 82 94
t.rus@hhnk.nl   www.hhnk.nl

 

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2020/05/bericht-van-hhnk-over-dijkversterking/

Weidevogelbeschermers te gast bij de Wilmkebreekpolder

Half november waren de weidevogelbeschermers van Landschap Noord-Holland te gast bij de Wilmkebreekpolder. De coördinatoren van de verschillende weidevogelgroepen in Noord-Holland kwamen in het verenigingsgebouw van volkstuincomplex De Bongerd bij elkaar om de resultaten van het beschermingswerk in de provincie te bespreken. Dit jaar werd speciale aandacht besteed aan de Wilmkebreekpolder. De weidevogelbeschermers van de polder gingen uitgebreid in op de broedresultaten van dit jaar en voorgaande jaren, en schetsten ook een beeld van de historische ontwikkeling van de polder. ’s Middags werd een bezoek gebracht aan de polder en konden de bezoekers vanaf de Landsmeerderdijk met eigen ogen zien hoe mooi gelegen de polder is binnen de stedelijke bebouwing van Amsterdam-Noord, en welke unieke kwaliteiten de polder te bieden heeft aan de vogels. Iedereen was ervan overtuigd dat deze polder als weidevogelgebied behouden moet blijven! Onderstaande foto werd later in de middag gemaakt bij de vogelkijkplaats in de IJdoornpolder.

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2018/12/weidevogelbeschermers-te-gast-bij-de-wilmkebreekpolder/