
Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2022/07/verslag-met-fotos-van-kindermiddag/
jul 13
Blog 16 – De Grote wolbij; een brutale donder
Op 9 juni zat er al een vrouwtje Grote wolbij lekker van de Bosandoorn te genieten, een plant die ik een paar jaar terug als onkruid eruit trok. En nu ben ik blij met de Bosandoorn, want het trekt sommige bijensoorten aan, zoals de Grote wolbij. Naast het gevoel dat de zomer eraan komt, vind ik deze wolbij namelijk een leuke bijensoort! Het is een flinke en opvallend bij. Hij lijkt op een wesp, maar ze zijn veel ronder. Ze zijn helemaal niet bang aangelegd en je kunt ze rustig bekijken en fotograferen. Het eerste mannetje zag ik wat later, op 26 juni. Meestal komen bij wilde bijen de mannetjes als eerste uit hun cocon, maar bij deze soort zijn het dus de vrouwtjes. Het mannetje is een stuk groter dan het vrouwtje en heeft een flinke beharing aan de – dunne – voorpoten. Het vrouwtje heeft dikkere poten dan het mannetje. Maar aan het gedrag zijn de geslachten ook goed uit elkaar te houden. Hij bewaakt zijn territorium van ca. 1-2 m2 en zorgt dat concurrenten, zoals andere mannetjes, maar ook hommels, honingbijen en grote zweefvliegen ophoepelen. Hij vliegt resoluut op ze af, botst er gewoon tegenaan en gaat terug naar zijn post. Ik heb wel eens gehad dat ik tijdens het fotograferen ineens een mannetje voor mij had, als een helikopter in de lucht, die mij aandachtig zat op te nemen.
Zodra het mannetje een vrouwtje ziet, stormt de bruut meteen op haar af en probeert te paren. Zij wil dat meestal niet en probeert hem van zich af te schudden. Dat lukt soms, maar hij heeft stevige poten om haar te kunnen vastpakken. Anders dan bij andere wilde bijen kunnen er meerdere paringen plaatsvinden met meerdere partners.
Het vrouwtje verzamelt haren van het blad van bijvoorbeeld ezelsoor of op knoppen van prikneus. Ze schraapt die af van blad of knop en bedekt er de nestholte mee. Omdat ik dat wel eens wilde zien, is er dit jaar speciaal voor haar een mooie, jonge Ezelsoor aangeplant, maar ik zie nog geen sporen op het blad dat hier een vrouwtje actief is geweest. In ieder geval gaan de verzamelde haren, de ‘wol’, naar het nest. Vervolgens vliegt ze van bloem naar bloem om nectar en stuifmeel te verzamelen voor haar nest. Op dit moment is het druk bij het bijenhotel en dat vindt zij niet prettig. Ze zoekt liever een rustig plekje op. Haar nest heb ik nog niet gevonden…
Eind juli zijn de meeste nesten wel klaar met gevulde broedcellen. De volwassen bijen sterven spoedig. Vorig jaar zag ik de laatste op 12 augustus. In een paar weken tijd hebben de larven hun voorraad nectar en honing gegeten, zijn een paar keer verveld, spinnen een cocon en wachten het voorjaar daarin af.
De – zeldzame – Geelgerande tubebij parasiteert op de Grote wolbij. Ik fotografeerde een mannetje op Havikskruid.
Transitie
Ik ben in transitie. Of eigenlijk moet ik zeggen: de tuin is in transitie. Mijn denken over tuinieren is aan het veranderen. Ik ben, zoals velen, begonnen met een tuin vol opvallende bloemen, struiken en bomen. Maar na het lezen over insecten en hun relatie met bloemen, begrijp ik dat inheemse insecten voor een groot deel afhankelijk zijn van inheemse planten. Daarom ben ik bezig met een verandering naar veel meer wilde planten in de tuin en probeer ze ook te kweken. De planten moeten wel slakkenbestendig zijn, want anders zijn ze zo weg. Ik ben dus flink aan het experimenteren. Dit jaar is een border zo ingericht dat het merendeel van de planten hier gewoon in de buurt voorkomt. Ik laat het zijn gang gaan en dat is voor mij best lastig. De moerasrolklaver woekert in die border en ik vraag me af hoe ik dat volgend jaar weer ga aanpakken/beteugelen. Maar er zoemen wel enorm veel soorten insecten rond. Zo zijn er nog nooit zoveel Grote wolbijen in de tuin geweest als dit jaar. Ze houden van paarsrode en roze lipbloemigen, zoals Andoornsoorten en Hartgespan, maar ze zijn ook dol op klaversoorten. De border met de Moerasrolklaver is blijkbaar een eldorado voor ze. Naast deze border is er ook nog een hoekje met Betonie en in het moeras is Moerasandoorn aangeplant. Die Andoorns zijn trouwens ook belangrijk voor de Andoornbij (ook zeldzaam) die ik hier af en toe waarneem.
Wil je meer weten, download dan de pdf ‘Gasten van bijenhotels‘.

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2022/07/blog-16-de-grote-wolbij-een-brutale-donder/
jun 29
Waterdiertjes zoeken

Woensdagmiddag hebben 13 enthousiaste kinderen waterbeestjes gezocht in de poldersloot van de B&B achter de boerderij aan de Kadoelenweg. De resultaten zijn ingevoerd op de website van de IVN/slootjesdagen. De sloot krijgt een cijfer voor de ‘kwaliteit’. Het rapport en cijfer in het kort:
Waterdiertjes
Resultaat
DIERTJES 87
SOORTEN 15
TYPE WATER Sloot
Voor type water ‘Sloot’ is de gemiddelde score in Nederland 4.4
Score van jouw inzending 6.6
Op https://www.waterdiertjes.nl/#/info kun je de hele telling terugvinden.
Een verslag met foto’s volgt op de Wilmkebreekwebsite!
Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2022/06/waterdiertjes-zoeken/
jun 12
Waterbeestjes zoeken
Eind deze maand organiseert de Vereniging tot Behoud van de Wilmkebreekpolder een middag voor de kinderen in de buurt. We gaan waterbeestjes zoeken en bekijken. De activiteit is op woensdag 29 juni van 15:00 – 17:00 uur. Het is voor kinderen vanaf 6 jaar. Opgeven doe je via een e-mail naar natuur@wilmkebreek.nl. Vermeld in de e-mail naam en leeftijd van de deelnemer(s). Een week van tevoren krijg je per e-mail bericht over de locatie en andere bijzonderheden.

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2022/06/waterbeestjes-zoeken/
jun 01
Blog 15 – Zuigen en stinken
De lente is dit jaar weer zonnig en warm. De Bosandoorn en Witte dovenetel staan er prachtig bij. En al snel verschijnt ook de Andoornschildwants. Ik zat er op te wachten: het is een mooie en kleine wants. Hij leeft van deze lipbloemen. Hij lijkt een beetje op een kever, maar op de rug, onder de schouder, kun je goed het driehoekige schildje zien: een schildwants dus.
Schildwantsen hebben een snavel, eigenlijk een vergroeide onderlip. Die steekt hij in een plant of fruit of insect en zuigt de sappen eruit. Bessen waar een Bessenschildwants aan heeft gezogen, zien er niet best uit, maar smaken doen ze zeker niet, want het is vaak ook nog met een onsmakelijk goedje besmeurd. In de achterzijde van zijn borststuk zitten klieren die een afscheiding produceren. Deze geurt sterk, is soms zelfs giftig, en wij vinden het een onaangename geur. (Het lijkt op wat een lieveheersbeestje doet als die zich bedreigd voelt. Die laat dan een geel en plakkerig kwakje achter en het ruikt vies.) Een vogel bijvoorbeeld zal zich na zo’n wants de stank en smerige smaak herinneren en de rest met rust laten. Met die geur wordt veel gecommuniceerd. Vijanden, roofinsecten, zullen op een afstandje blijven, maar soortgenoten worden er juist door aangetrokken. (Hoewel er schijnen sluipwespen te zijn die er ook door worden aangetrokken en op de eieren parasiteren.) De seksen hebben elkaar zo gevonden en zullen langdurig paren, met de achterlijven tegen elkaar. Je kunt ze dan ook makkelijk fotograferen. Onduidelijk is wie het mannetje en wie het vrouwtje is, want ze lijken ook nog op elkaar. Uit de eitjes kruipen nimfen; ze zien er al een beetje uit als de ouders, maar kunnen nog niet vliegen. De kleur van een nimf kan wel anders zijn dan die van het adulte exemplaar, zoals bij de de Blauwe Schildwants, overigens een echte vleeseter. Zoals de naam al aangeeft, is het volwassen dier blauw, maar de nimf is rood met zwarte banden, een teken dat hij niet zo eetbaar is. Na elke vervelling gaat de nimf meer op het volwassen insect lijken.
De lentes zijn de laatste jaren sowieso vaker zonnig en warm. Zuidelijke soorten, zoals de Grauwe schildwants genieten daarvan. Wie weet wat de klimaatverandering nog meer naar het noorden lokt…
Wil je meet weten over wantsen, download dan de Veldgids Wantsen van EIS.

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2022/06/blog-15-zuigen-en-stinken/
mei 10
Blog 14 – Nieuw: Bladhaantjes
Het is toch weer zo’n genot om overal om je heen dat sappige en frisse groen te zien. Ik krijg er goede zin van. En dan lekker de plantjes verzorgen en moeite doen dat het ze aan niets ontbreekt. En dat is nu ook precies waar bladhaantjes dol op zijn, op dat sappige groene blad. Een eldorado, zo voor het grijpen!
Kieskeurig
Maar ja, dat vonden andere bladhaantjes dus ook en dus is de ene bladhaan gespecialiseerd in het ene plantje en de andere in precies die andere. Zo lopen ze elkaar niet in de weg en is iedereen blij.
Alleen wij mensen zijn daar niet blij van, want blaadjes met gaatjes willen we. En toch is het de moeite waard eens van de schoonheid van deze bladeter te genieten.
Een mooi voorbeeld van zo’n keiskeurige eetvoorkeur is de Muntgoudhaan. De eerste keer dat we die tegenkwamen, waren we blij met zo’n mooie kever in de Munt. Maar aan het einde van het seizoen was er van de planten niet veel meer over en nu zelfs helemaal verdwenen. Alleen door Muntplanten in een aparte pot te zetten en streng te bewaken en te verzorgen, lukt het om ervan te oogsten. Maar er zijn ook insecten die de eitjes en larven eten, zoals het Lieveheersbeestje.
En elk jaar wordt de Waterlelie enorm gewaardeerd door iets. Aan het einde van het seizoen ziet de plant er niet meer uit. Eindelijk heb ik hem gevonden en had al wel een idee. Het vloog toevallig tegen me aan. Gauw een foto met de iPhone en opzoeken op Waarneming.nl wat het is. Het bleek de Waterleliehaan te zijn. Dat kon ook haast niet anders. Wat moet dit beestje massaal voorkomen…
Nieuw
En dit jaar dan iets nieuws in de kruidentuin: de Rozemarijngoudhaan. Een prachtig insect. De Rozemarijn is nu nog mooi, maar ik ben bang dat dat niet zo lang zal duren. Het is eigenlijk een soort uit het Middellandse Zeegebied en nu dus ook hier actief.
Een andere nieuweling is de Hennepnetelgoudhaan. Deze kever is wel algemeen in Europa en heeft een voorkeur voor een waaier van lipbloemigen, zoals Hennep- en Dovenetel, Andoorn, Brunel, Kattenkruid, Zenegroen en ook weer een aantal soorten uit de Kruidentuin. Niet zo kieskeurig, maar toch pas dit jaar voor het eerst waargenomen.
Als je vragen of opmerkingen hebt op deze blog, mail dan naar: henk@wilmkebreek.nl

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2022/05/14-nieuw-bladhaantjes/
apr 27
30 april: vogels kijken!
Weet u het nog: we gaan vogels kijken in de Wilmkebreekpolder op zaterdag 30 april, 13 uur. Voor jong en oud op het pleintje naast de polder in nieuwbouwwijk Klein Kadoelen!

Daarna kunt u nog doorlopen naar volkstuin De Bongerd, waar voor de kleintjes een dwaalspoor is uitgezet van het stoute konijn. Dwaalkaarten af te halen in het boekenhuisje in de volkstuin.
Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2022/04/30-april-vogels-kijken/
apr 21
Winnaar fotowedstrijd 2021 bekend!
Op de Algemene Ledenvergadering van 11 april 2022 is de uitslag van de fotowedstrijd 2021 bekend gemaakt. De gelukkige winnaar is geworden Harald Hooghiemstra met zijn winnende foto van de maand februari: een panoramafoto van de besneeuwde en bevroren Wilmkebreekpolder.

Harald heeft als prijs een jaarabonnement op een fotografie-magazine gewonnen.
Als tweede is geëindigd Rasmus Bechster met zijn winnende foto van de maand april: een buizerd in volle vlucht boven de polder. Als derde is geëindigd Harmen Lewin met zijn winnende foto van de maand oktober: een volle regenboog boven een herfstige polder.
Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2022/04/winnaar-fotowedstrijd-2021-bekend/
feb 18
Boer Keijzer overleden
We lazen het bericht dat Klaas Keijzer, de laatste boer met eigen grond in de polder, op 9 februari j.l. op 88-jarige leeftijd is overleden. Ruim een eeuw geleden, in 1913, nam de grootvader van Klaas Keijzer, ook Klaas geheten, de grond over van de familie Tump. In 1961 verkocht boer Keijzer de grond aan aannemingsbedrijf Beverwijk, maar hijzelf bleef nog vele jaren actief als boer en beheerder van de grond. Hij besteedde grote zorg aan het onderhoud van het land en was begaan met het toen al rijke vogelleven in de polder. Bij de oprichting van onze vereniging toonden boer Keijzer en zijn onlangs overleden vrouw grote betrokkenheid. We denken met warmte terug aan een markante persoonlijkheid.
Bestuur van de Vereniging tot Behoud van de Wilmkebreekpolder
Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2022/02/boer-keijzer-overleden/
dec 22
Blog 13 – Zeldzame gevallen
De afgelopen 3 jaar heb ik als een echte amateur-entomoloog door de tuin gestruind en alle insecten en spinnen die ik tegenkwam gefotografeerd. Eerst op ooghoogte en als ze een bloem bezochten, maar ik heb ook wel eens op de grond gelegen voor een close-up van een vlieg. Het eerste jaar met mijn iPhone, daarna met een goeie – geleende – camera en dit jaar met een heuse macrolens en ringflitser! In totaal zijn er circa 520 soorten gefotografeerd. Ga naar: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/insectentuin/ en klik op de link: ‘Insectentuin 2019-2021’.
Inventarisaties
Van al die insecten blijken er zeven (vrij) zeldzaam te zijn, waaronder drie bijen. De achteruitgang van bijen en andere insecten heeft vaak te maken met het inmiddels wel bekende lijstje: grootschalig en intensief gebruik van het landschap, het gebruik van mest waarvan sommige planten enorm profiteren en veel andere niet (dat leidt tot bloemarmoede), het gebruik van insecticiden en lichtvervuiling (lees hierover meer). Maar het kan ook zijn dat zuidelijke soorten gewoon steeds noordelijke voorkomen, zoals de hieronder beschreven nachtvlinders.
Klimopbladroller
Dit is zo’n zeldzaam geval. (De kans dat er zeldzame nachtvlinders worden gevonden groeit overigens, want het nachtvlinderen lijkt steeds populairder te worden.) De klimopbladrollers komen oorspronkelijk uit Zuid-Europa en verspreiden zich steeds noordelijker. In 2008 voor het eerst in Amsterdam. Steden en stadstuinen zijn relatief warmer zijn en vormen daarmee zogenaamde warmte-eilanden. Van oorsprong zuidelijke soorten voelen er zich thuis. (Lees het artikel)
Vlasbekuiltje
Deze nachtvlinder, die ook overdag actief is, staat op de Rode Lijst (Vlinderstichting). Net als de klimopbladroller verspreidt het zich langzaamaan naar het noorden. Naast open, kale grond, komt deze vlinder ook voor in tuinen. De waardplant voor de rups is de Vlasleeuwenbek en die groeit tussen de klinkers van het terras. Ik liet hem daar al enige jaren staan vanwege het mooie donkergele hart in de lichtgele bloem. Maar dit jaar hebben de planten het niet goed gedaan, ze zijn verregend. Na de vondst van de vlinder noch even gezocht naar rupsen bij de miezerige Vlasleeuwenbekjes, maar helaas. De gefotografeerde vlinder werd gevonden op Dagkoekoeksbloem.
Andoornbij
De Andoornbij is een zeldzame bij. Hij is niet bedreigd, wel ‘kwetsbaar’. Elk jaar spot ik ze wel. Hij is vooral te vinden op verschillende andoornsoorten. De Bosandoorn heeft zichzelf in de tuin gevestigd en staat er redelijk verspreid. Betonie hebben we zelf in een border aangeplant, maar die wordt door de territoriale Grote Wolbij in beslag genomen: andere bijen en hommels worden er weggejaagd. Moerasandoorn en Ezelsoor worden in het voorjaar aangeplant. (Eerlijk gezegd is de Ezelsoor bedoeld voor het vrouwtje Grote wolbij, want ik wil haar graag op de foto als ze de haren van het blad verzamelt voor haar nest.) Moerasandoorn bloeit later dan de andere andoornsoorten en daarmee hoop ik het seizoen voor de Andoornbijen te verlengen. Hij nestelt in dood hout, in rottende boomstronken. Dus nu zijn er op drie plekken rottende houtstronken neergelegd in de hoop dat ze daar gebruik van gaan maken. De camera kan niet wachten om volgend jaar nestelende Andoornbijen te fotograferen!
Geelgerande tubebij
Sinds twee jaar zijn er her en der insectenhotels geplaatst en warempel, metselbijen maken er direct gebruik van. (Erg leuk om te zien hoe snel dat gaat.) Maar wat ook snel gaat, is de aanwezigheid van predatoren van die bijtjes. In dit geval dus de geelgerande tubebij. Vorig jaar heb ik hem voor het eerst waargenomen en ook maar één keer één bij, een mannetje. De Grote wolbij is nog zo’n bij, waarvan de Geelgerande tubebij een koekoeksbij is. De Geelgerande tubebij zoekt voedsel op Valeriaan, Marjolein en Ooievaarsbek, allemaal aanwezig. Vorig jaar is Heelblaadje aangeplant, ook zo’n waardplant. Beemdkroon is dit jaar toegevoegd en Margriet komt er volgend jaar in. Dit zijn dus allemaal planten waar deze tubebij voedsel zoekt. Op de foto is te zien dat hij dat overigens ook op Havikskruid doet (net als Heelblaadje een composiet).
Gewone kegelbij
Deze bij is in 2019 en 2020 waargenomen. Dit jaar heb ik hem niet gezien. Overigens is de waarneming niet door waarneming.nl goedgekeurd, maar toch denk ik dat het een Kegelbij is. Dat kun je goed zien aan het puntige achterlijf. Daarmee legt het vrouwtje een eitje door een nestgang van de Tuinbladsnijder (of een ander soort Behangersbij) die nog niet is afgesloten. Ik heb hem in die twee jaren ook maar telkens één keer gezien. Dus je hebt niet veel kans om een foto te maken. Deze koekoeksbij is in aantal sterk afgenomen.
Wat je vaker ziet bij koekoeksbijen is dat de aantallen sowieso laag zijn. Dat heeft vooral te maken met hun levenswijze, waarbij ze dus nesten van andere bijen nodig hebben om zichzelf voort te kunnen planten.
Harkwesp
Heel herkenbaar aan deze graafwesp zijn de groene ogen. Ze houden van los zand en komen vooral voor bij zandgronden en duinen aan de kust. Vermoedelijk hebben de grote zandhopen van De Bongerd dit beestje aangetrokken, want normaal mijdt hij cultuurgebieden. De harkwesp gaat in aantal achteruit: open zandgebieden groeien steeds meer dicht en toerisme in de duinen is bedreigend, want hij is gevoelig voor verstoring. Ze foerageren op Jacobskruiskruid, Marjolein en Liguster. Op de foto zit hij op Adderwortel. Ik zal hem waarschijnlijk niet meer tegenkomen in de tuin, maar heb toch maar op een zonnige plek een hoop speeltuinzand aangebracht, sowieso goed voor zandbijen en – wespen.
Zwarte snuitwapenvlieg
De meeste larven van Wapenvliegen leven in water of op een vochtige bodem en leven van plantaardig materiaal. Maar nu lijkt er een trend te zijn (waterverontreiniging met mest, medicijnen of insecticiden?) dat soorten insecten met aquatische larven in aantal achteruitgaan (Effecten van agrarisch natuurbeheer in de Hoeksche Waard op de diversiteit en abundantie van bloembezoekende insecten, in het bijzonder bestuivers, 2017, pagina 43). Het is lastig informatie te vinden over deze wapenvlieg. Wel weet ik dat onderzoek naar de waterkwaliteit van de polder in 2018 een ‘voldoende’ heeft opgeleverd. Samen met Nynke de Vries hebben we die waterkwaliteit onderzocht. Zij kwam op een waarde tussen 7,5 en 8,5, terwijl de gemiddelde waarde in Nederland 6,3 is. De afgelopen drie jaar zijn er in de tuin acht soorten wapenvliegen gefotografeerd én larven van een Wapenvlieg.
Beloning
Een grote diversiteit aan soorten is redelijk snel mogelijk wanneer er inheemse planten groeien met veel verschillende biotopen, dus plekken met een rijke en arme bodem, natte en droge borders en planten die de hele dag in de zon staan of juist in de schaduw. Een vijver trekt veel insecten aan. Een dooie kip wordt op een rustig plekje begraven en ook een mesthoop doet wonderen. Misschien wel het moeilijkste voor mij: de tuin proberen met rust te laten. Maar het bemoedigende is dat al je inspanningen snel beloond worden!
Als je vragen of opmerkingen hebt op deze blog, mail dan naar: henk@wilmkebreek.nl

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/2021/12/13-zeldzame-gevallen/