Ik heb van andere tuiniers geleerd om van het begin af aan alle zevenblad (Aegopodium podagraria) rigoureus te verwijderen, maar het lukt me gewoon niet. Wat een woekerende plant! In de volksmond heet de plant niet voor niets “Tuinmansverdriet”. Ook krijg ik hele behulpzame tips om het blad dan maar als sla te gebruiken of er pesto van te maken, want het schijnt allerlei vitamines en mineralen te bevatten, maar toch heb ik het zelf nooit geprobeerd. En dan stond het dit jaar in mei-juni ook nog eens te bloeien…
En wat blijkt …, er komen veel soorten insecten op de witte schermbloemen af. En het geeft ook nog eens een mooi effect in een beschaduwd stukje van de tuin. Ik ben de bloemen eens in de gaten gaan houden en heb ze van mei tot juli regelmatig geïnspecteerd. Totaal telde ik ongeveer twintig soorten insecten: wespen, bijen, zweefvliegen, kevers en (nacht)vlinders. De bloemen van zevenblad zijn ondiep, dus insecten met een korte tong kunnen hier makkelijk nectar vinden. Ik zal enkele soorten toelichten.
De dikkopbloedbij is een broedparasiet op de gewone geurgroefbij. Het vrouwtje dringt het nest in de grond binnen en verwisselt het ei van de groefbij met haar eigen ei en sluit dan de nestcel weer af.
Een algemeen voorkomende solitaire bij is de gewone maskerbij. Ze zijn tot 5 mm groot en maken hun nest in holle twijgjes, in kevergangetjes in dood hout of in de grond. Hongerwespen parasiteren op maskerbijen. Het vrouwtje van de hongerwesp legt een ei in de nestcel van de maskerbij. De wespenlarve eet het ei van de maskerbij en vervolgens al het nectar en stuifmeel dat door de maskerbij is verzameld. Daarna kan het verpoppen en wachten tot het volgende jaar.
De fluitenkruidbij verzamelt nectar en stuifmeel op veel soorten schermbloemigen, zoals fluitenkruid, maar dus ook op zevenblad.
Naast bijen en wespen, hebben ook (zweef)vliegen een korte tong. Vier soorten vliegen worden onder de loep genomen.
De kleine bijvlieg is ongeveer 10 mm groot en een regelmatige bezoeker. Bijvliegen lijken op bijen, maar zijn vliegen. Roofdieren vermijden daarom deze vliegen, want ze willen niet gestoken worden. De larven van de kleine bijvlieg, de zogenaamde rattenstaartlarven, leven in stilstaand of langzaam bewegend water met veel rottend organisch materiaal, zoals in het water dat door de tuin loopt. Ze voeden zich met bacteriën en ander organisch afval in het water.
Ons waterrijke polderlandschap met riet is ook ideaal voor de moeraszweefvlieg. Hun larven zijn filteraars die vermoedelijk ook leven in rottende plantenresten, maar dan aan de oever.
De larven van het gewoon knuppeltje leeft in hommels. Bij het fotograferen van hommels heb ik eens gezien dat zo’n vlieg vanaf een rustig plekje ineens opstijgt en tegen een hommel aan botste. Ik heb dit gedrag eens uitgezocht en dan blijkt dat tijdens de botsing het vrouwtje een ei heeft geïnjecteerd in het achterlijf van de hommel! Vervolgens wordt de hommel van binnenuit opgegeten door de larve.
De akkerdisteldansvlieg heeft een enorme lange steeksnuit. Het mannetje vangt daarmee een prooi, meestal een vlieg, verleidt vervolgens een vrouwtje en lokt haar uit een zwerm dansvliegen naar een stil plekje voor de paring. De larven leven vooral van vliegenlarven in de grond.
Deukmetselwespen foerageren op verschillende soorten witte, ondiepe bloemen. Het vrouwtje maakt een nest in holle plantenstengels, in vraatgangen van kevers en in gaten in muren. Dan worden kleine rupsen of larven van snuit- en bladkevers gevangen, verdoofd en in de nestcellen gestopt. Een eitje erbij en het nest wordt weer afgesloten.
Ook kun je kevers op de bloemen van zevenblad vinden, zoals de kleine wespenboktor. De larve ontwikkelt zich in loofhout.
Als je veel brandnetel in je tuin of in de buurt hebt, kun je de brandnetelmot tegenkomen, een dagactieve nachtvlinder. Het verschil tussen dag- en nachtvlinders kun je onder andere aan de tentakels zien. Als die draadvormig zijn of geveerd dan is het een nachtvlinder. Gedurende de evolutie zijn sommige nachtvlinders weer overdag gaan vliegen. Hebben ze dit gedaan om vleermuizen te ontwijken? Of om sommige soorten bloemen te zoeken, die vooral overdag, hun nectar afgeven?
De larven van de bladwesp Tenthredo campestris voeden zich met de bladeren van zevenblad (en gewone berenklauw). Zevenblad is dus de waardplant voor de larven. De volwassen bladwesp voedt zich met nectar en stuifmeel.
Omdat zevenblad zo woekert zal het de bodem schaduw geven en beschermen tegen uitdroging en erosie. Maar ik heb met het schrijven van dit blogje een tip gevonden om het woekeren tegen te gaan, namelijk door het aanplanten van de ooievaarsbek (Geranium macrorrhizum); de perfecte bodembedekker die zevenblad terugdringt. De ooievaarsbek groeit snel en vormt ook een dicht bladerdek. Daarmee bemoeilijkt het de groei van zevenblad. En ooievaarsbek is wél makkelijk weg te halen als het zich te veel uitbreidt. Je kunt ook na de bloei en voordat het zaad van zevenblad rijp is, de stengels met zaad gewoon afknippen. Die gooi ik dan niet op de composthoop, maar in de kliko. Dat gaat ook goed. Inmiddels ben ik onder de indruk van het levendig ecosysteem dat zevenblad in je tuin kan brengen.
Henk van Alst
