Dit inheemse plantje, een campanula-soort, dankt zijn naam aan de witte haren aan de binnenzijde van de bloem. Het is een sterke, vaste plant die wel wat schaduw kan verdragen. De plant is decoratief in je tuin vanwege de blauwe trossen met bloemen, ook goed slakbestendig trouwens. Het ruig klokje doet het eigenlijk overal goed, maar houdt wel van vocht en wat kalk.
Met deze plant in de tuin, lok je ook sommige bijensoorten die graag op klokjes foerageren, zoals de grote klokjesbij en de klokjesdikpoot, die allebei vooral op klokjes, campanula’s, te vinden zijn. Als je de bloemen goed bekijkt, dan zie je soms een bij uitrusten of slapen in zo’n klokje. Het vrouwtje van de grote klokjesbij verzamelt het stuifmeel in de haren op haar buik, de zogenaamde buikschuier. Heb je een bijenhotel, dan is er een kans dat je daar het nest kunt vinden.
Gastheer een koekoeksbij
Het vrouwtje van de klokjesdikpoot vervoert het stuifmeel – vermengd met nectar – in dichte pollen aan de achterpoten. Zij maakt haar nest in de bodem. De zwartsprietwespbij, een koekoeksbij, legt haar eitje in het nest van de klokjesdikpoot. De uitgekomen larve van de koekoeksbij doodt het ei of de larve van de klokjesdikpoot en eet van de verzamelde stuifmeelvoorraad.
Een soortgelijke relatie zie je tussen de tweekleurige zandbij en de roodzwarte dubbeltand en ook tussen de tuinbladsnijder en de gewone kegelbij. De rood-zwarte dubbeltand en de gewone kegelbij zijn de koekoeksbijen. Met haar puntige achterlijf kan de kegelbij haar eitje goed diep in de nestcel aanbrengen, voordat het nest gesloten wordt.
Nieuw
De poldermaskerbij is dit jaar een nieuwe bijensoort in de tuin; deze solitaire bij bezoekt ook braam en schermbloemen.
Zelf zaaien
Het ruig klokje is goed zelf te vermeerderen. Zaai dan wel al aan het einde van de zomer, want dan heb je volgende jaar al mooie bloeiende planten!
