Landsmeerderdijk (Kadoelendijk)

De Landsmeerderdijk naast de Wilmkebreekpolder maakt deel uit van de Waterlandse Zeedijk, de oude zeedijk ten noorden van het IJ. In 2001 heeft de provincie Noord-Holland de status van provinciaal monument verleend aan de Waterlandse Zeedijk. Ook de vroegere doorbraakgebieden, zoals de Wilmkebreek, de Kadoelerbreek en de Buiksloterbreek, hebben de status van provinciaal monument gekregen.

De Waterlandse Zeedijk is in beheer bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Lange tijd werd de dijk over zijn gehele lengte als primaire kering gezien, maar sinds januari 2017 is de status van het deel van de dijk, dat niet in directe zin hoog water hoeft te keren, verlaagd tot regionale kering.

Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) is al enige tijd bezig met het maken van plannen om het dijkvak ter hoogte van de Wilmkebreekpolder te versterken. Het gaat hier om het dijktraject tussen Appelweg en Kadoelerbreek. De dijk heeft hier een kruinhoogte van ca. NAP+2,6m. Daarmee is de dijk ruim hoog genoeg om, in geval van een calamiteit, een hoge waterstand op Zijkanaal I te kunnen keren (in de berekeningen van HHNK wordt uitgegaan van een calamiteitenwaterstand van NAP+0m, een waterstand die 0,3m tot 0,4m hoger is dan de dagelijkse waterstand). De dijkhoogte is dus op orde, maar volgens de berekeningen van HHNK zou de dijk niet stabiel genoeg zijn en te zwaar.

HHNK heeft diverse malen ideeën en plannen gepresenteerd voor versterking van de dijk, de laatste maal op de inloopavond van 10 december 2018 in het Concertgemaal. Voor het deel van de dijk dat grenst aan de Wilmkebreekpolder zijn inmiddels vier alternatieven ontwikkeld. Twee alternatieven hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat de dijk lichter wordt gemaakt. Men denkt dit te bereiken door de toplaag van de dijk af te graven en te vervangen door lichtgewicht materiaal (HHNK denkt dat zo’n afgraving ook nodig is voor het deel van de dijk tussen de huizen). Deze twee alternatieven worden gecombineerd met een aanpassing van het binnentalud. Bij de ene variant wordt een zeer grote grondaanvulling toegepast (zodanig dat de opgehoogde benedenberm over de kwelsloot doorloopt tot ver in het weiland), bij de tweede variant wordt een sterke taludverflauwing toegepast in combinatie met een stalen damwand langs de teen van het talud, op de rand van de verplaatste kwelsloot. Het derde alternatief bestaat uit een oplossing met zogenaamde ‘punaises’. Bij dit alternatief wordt het binnentalud met zeer lange trekankers verankerd aan de diepe ondergrond. Bij het vierde alternatief wordt een zelfstandig kerende damwand halverwege het binnentalud aangebracht; deze damwand wordt eveneens met zeer lange trekankers naar de diepe ondergrond verankerd.

Het laatste alternatief is ontwikkeld naar aanleiding van een inspraakreactie van de Vereniging tot Behoud van de Wilmkebreekpolder, waarin een alternatieve oplossing voor de dijkversterking werd voorgesteld. Dit voorstel hield in het realiseren van een zelfstandig kerende damwand aan de kanaalzijde, langs de waterkant. Zo’n constructie is relatief eenvoudig uit te voeren en tast op geen enkele wijze het monumentale karakter van de dijk aan.

Naar verwachting zal HHNK in de eerste helft van 2019 een voorkeursalternatief bekend maken. De vereniging zal zich inspannen om de dijk zoveel mogelijk ongeschonden, als waardevol cultuur-historisch landschapselement te behouden.

In de huidige situatie geldt voor het dijkdeel dat grenst aan de polder, dat de kwaliteit van de toplaag van het binnentalud in de loop der jaren sterk achteruit is gegaan; dit hangt waarschijnlijk samen met het gepraktiseerde onderhoud van HHNK. Het binnentalud en de benedenberm worden tweemaal per jaar gemaaid volgens de methode ‘technisch beheer’. Dit houdt in dat alle begroeiing wordt gemaaid en ter plaatse wordt verhakseld (het zogenaamde ‘klepelen’). Het fijngehakte maaisel blijft liggen en verrijkt de bodem. Soorten als Brandnetel (zomer) en Fluitenkruid (voorjaar, zie de foto) profiteren daarvan en domineren nu de begroeiing op het talud. Het gras is grotendeels verdwenen met als gevolg, dat de toplaag van het talud nog slechts weinig doorworteld is. Het dijktalud is hierdoor gevoelig geworden voor erosie, hetgeen de kwaliteit van de dijk niet ten goede komt. Ook is het visuele aspect van de dijk in het geding.

De Vereniging tot Behoud van de Wilmkebreekpolder ziet graag dat de dijk weer wordt ingericht als een groene dijk met een gevarieerde, kruidenrijke grasmat. Hiermee wordt een mooie overgang verkregen naar de kruidenrijke graslandpercelen in de polder en wordt de natuurwaarde van het gehele gebied versterkt. Ook krijgt de dijk weer de uitstraling die behoort bij een cultuur-historisch belangrijk landschapselement. De vereniging heeft al in 2016 aan HNNK voorgesteld om in samenhang met de voorgenomen versterking van de dijk, het binnentalud en de benedenberm van de dijk opnieuw in te richten. De vereniging denkt hierbij aan het ontwikkelen en in stand houden van een bloemrijke gras-kruiden-vegetatie op het binnentalud en het ontwikkelen van een brede rietkraag met waterpoelen op de natte benedenberm. Het onderhoud van talud en berm, met name het maaien, dient daarbij meer natuurvriendelijk te worden uitgevoerd. Voor het volledige voorstel klik hier.