Structuurvisie 2040

De ‘Structuurvisie Amsterdam 2040 – economisch sterk en duurzaam’ is in de jaren 2008-2010 tot stand gekomen en is op 17 februari 2011 vastgesteld door de Gemeenteraad. Bij de Structuurvisie behoort een zogenaamde PlanMER (een milieu-effect-rapportage). De Structuurvisie geeft een wensbeeld voor nieuwe ontwikkelingen in de stad. Er wordt ver vooruit gekeken, want de Structuurvisie heeft het jaar 2040 als richtpunt op de horizon. In de Structuurvisie worden twee ‘absolute’ voorwaarden genoemd voor een toekomstbestendige stad:

“Voor Amsterdam is het van levensbelang dat het een vooraanstaande positie blijft innemen in de wereldeconomie. Aan deze voorwaarde moet in ieder geval worden voldaan om het welzijn en de welvaart van haar burgers in de toekomst zo goed mogelijk te kunnen waarborgen.”

“De andere voorwaarde betreft de inten­sieve zorg voor het leefmilieu in de stad. Voor een duurzame stad moeten we anticiperen op kli­maat-verandering. We maken de lucht, de bodem en het water schoner, we maken de stad groener, stiller en energiezuiniger; we optimaliseren het gebruik van de schaarse grond en we gaan over op duurzame energiebronnen.”

In de Structuurvisie wordt als centrale ambitie geformuleerd: “Amsterdam ontwikkelt zich verder als kernstad van een internationaal concurrerende, duurzame, Europese metropool.” Grote woorden dus, Amsterdam wil graag meetellen in de wereld, maar wel op een duurzame wijze.

Uit de Structuurvisie: Kernstad in de metropoolregio Amsterdam

Enkele programmapunten uit de Structuurvisie: Amsterdam wil rekening houden met de effecten ten gevolge van klimaatverandering en gaat meer elektrische energie opwekken met behulp van windmolens en zonnepanelen. Amsterdam wil een intensivering van het grondgebruik in de stad. Intensivering biedt tal van mensen woon- en werkruimte, betekent extra draagvlak voor voorzienin­gen en voor extra investeringen in de openbare ruimte, zorgt ervoor dat efficiënter wordt omgegaan met energie en vervoer, terwijl er minder landschap hoeft te worden aangetast. Het openbaar vervoer in de stad en in de regio wordt verder ontwikkeld en verbeterd. Op het gebied van woningbouw is het beleidsvoornemen om tot 2040 netto 70.000 woningen te realiseren. De IJ-oevers zullen worden ontwikkeld (ook hoogbouw) en IJburg zal verder groeien. Amsterdam wil daarnaast investeren in een intensiever gebruik van het groen en het water in de stad.

De Structuurvisie is nog steeds van toepassing, maar zal worden vervangen door de nieuwe Omgevingsvisie 2050.

Hoofdgroenstructuur

In de Structuurvisie 2040 is de nieuwe Hoofdgroenstructuur opgenomen. Deze wordt gedefinieerd als:

“De Hoofdgroenstructuur omvat de minimaal benodigde hoeveelheid groen die Amsterdam wil borgen, bestaande uit gebieden die waardevol zijn voor de stad en de metropool, omdat zij een onmisbare functie vervullen voor groene recre­atie, verbetering leefklimaat, waterhuishouding, hittedemping, verbetering luchtkwaliteit, bio­diversiteit en voedselproductie. Behoud van cul­tuurhistorische waarden en een gevarieerd totaal­aanbod aan groen zijn belangrijke aspecten.”

De Groenvisie kondigt aan: “Plannen voor de Hoofdgroenstructuur zullen in het vervolg op inpasbaarheid worden getoetst door een Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC), waarvan de leden door de Gemeenteraad worden benoemd.”

De Wilmkebreekpolder maakt deel uit van de Hoofdgroenstructuur. De hoofdfunctie van de verschillende gebieden in de Hoofdgroenstructuur wordt aangeduid met typeringen als stadspark, stadsrandpolder, volkstuinpark, begraafplaats, sportpark e.d..  De polder wordt verrassend getypeerd als ‘ruigtegebied / struinnatuur’. Voor een dergelijk gebied geldt de volgende omschrijving:

“Wild ogende gebieden die voor Amsterdam zeldzame planten en dieren bevatten en mogelijkheden bie­den voor natuurbeleving vanaf de randen of vanaf ongebaande paden door het gebied. Natuur- en landschapsgerichte recreatie, met een gevoel van afstand tot de stad. Mogelijkheden voor ‘natuurvorsen’. Hoewel kleinschalige voorzieningen nodig zijn, ligt de kwaliteit van de beleving in het ongeplande karakter: ontwerper en beheerder blijven achter de schermen.”

Een merkwaardige typering dus, want de polder is particulier eigendom, is niet vrij toegankelijk, en heeft een agrarische functie (met agrarisch natuurbeheer). De polder heeft een hoge cultuur-historische en landschappelijke waarde en is een rijk (weide)vogelgebied. Een betere typering zou daarom die van ‘stadsrandpolder’ zijn, waarvoor de Structuurvisie als omschrijving geeft:

“Landschapsbeleving en agrarisch gebruik staan centraal. Voor recreanten is route-gebonden recreatie van belang. Beleven van de openheid en het historische landschap. Beheer: bij voorkeur agrarisch natuurbeheer. Kavels zijn particulier eigendom en dus niet ontsloten.”

Ook deze typering van de Wilmkebreekpolder is verre van ideaal, maar is beter dan de typering ruigtegebied / struinnatuur.

Permanente koppeling naar dit artikel: https://www.wilmkebreek.nl/index.php/structuurvisie-2040/