Landsmeerderdijk (Kadoelendijk)

De Landsmeerderdijk naast de Wilmkebreekpolder maakt deel uit van de Waterlandse Zeedijk, de oude zeedijk ten noorden van het IJ tot aan Marken. In 2001 heeft de provincie Noord-Holland de status van provinciaal monument verleend aan de Waterlandse Zeedijk. Ook de vroegere doorbraakgebieden, zoals de Wilmkebreek, de Kadoelerbreek en de Buiksloterbreek, hebben de status van provinciaal monument gekregen.

De Waterlandse Zeedijk is in beheer bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Lange tijd werd de dijk over zijn gehele lengte als primaire kering gezien, maar sinds januari 2017 is de status van het deel van de dijk, dat niet in directe zin hoog water hoeft te keren, verlaagd tot regionale kering. Dit geldt ook voor het dijkvak ter hoogte van de Wilmkebreekpolder (dit dijkvak omvat de Landsmeerderdijk en een deel van de Oostzanerdijk). Niettemin blijven voor dit dijkvak nog vele jaren de hoge sterkte-eisen van de primaire kering van kracht, dit omdat op enkele andere plaatsen de veiligheid tegen overstroming nog niet op orde is. Die sterkte-eisen zijn uitgedrukt in een faalkans van de dijk: deze mag maximaal 1/1000 per jaar zijn.

HHNK heeft vastgesteld dat het dijkvak ter hoogte van de Wilmkebreekpolder niet aan deze sterkte-eisen voldoet en is daarom al enige tijd bezig met het maken van plannen om het dijkvak te versterken. Concreet gaat het om het dijktraject tussen Appelweg en Kadoelerbreek. De dijk heeft hier een kruinhoogte van ca. NAP+2,8m. In de berekeningen van HHNK wordt uitgegaan van een calamiteitenwaterstand van NAP+0m op Zijkanaal I, een waterstand die slechts 0,3m tot 0,4m hoger is dan de normale, dagelijkse waterstand. De dijkhoogte is dus ruim in orde, maar volgens de berekeningen van HHNK zou het dijklichaam zelf niet stabiel genoeg zijn en te zwaar.

HHNK heeft diverse malen ideeën en plannen gepresenteerd voor versterking van de dijk, de laatste maal op de inloopavond van 8 april 2019 in het Concertgemaal. De alternatieven lopen uiteen van lichter maken van de dijk, verflauwen van het binnentalud van de dijk door middel van grondaanvullingen, tot het slaan van stalen damwanden. Het door HHNK aangedragen voorkeursalternatief is op de inloopavond van 8 april 2019 bekend gemaakt. Dit alternatief bestaat uit het lichter maken van de dijk over het gehele te versterken traject en het stabiliseren van het binnentalud van de dijk door middel van een nieuwe dijkvernagelingstechniek over het deel van de dijk dat grenst aan de Wilmkebreekpolder. De dijk wordt lichter gemaakt door afgraving van de bovenste laag van de dijk (ca. 1m inclusief wegdek) en vervanging door lichtgewicht materiaal. Bij de dijkvernageling wordt het binnentalud met zeer lange trekankers verankerd aan de diepe ondergrond.

Uit de inspraakreacties is naar voren gekomen dat de bewoners in het algemeen zeer bezorgd zijn over de omvang van de werkzaamheden, het effect ervan op de eigen woonsituatie, het effect op de als uniek ervaren landelijke omgeving, en de verwachte langdurige overlast tijdens de uitvoering. Ook is er een breed gedeelde wens om het autoverkeer op de dijk sterk aan banden te leggen, vrachtwagens zoveel mogelijk te weren, de snelheid te beperken, sluipverkeer bij opstoppingen op de A10 tegen te gaan, en een strikte controle van de naleving van het éénrichtingverkeer-gebod in te voeren. Men ziet graag dat een wijkomvattend verkeersplan wordt opgesteld. Er zijn hier duidelijke raakvlakken met het ruimtelijke-ordening beleid van de gemeente Amsterdam. Omdat de Vereniging vindt dat de gemeente Amsterdam niet mag blijven toekijken nu zeer ingrijpende, veel overlast veroorzakende en kostbare dijkversterkingsmaatregelen door HHNK worden voorbereid hebben wij de gemeente Amsterdam door middel van een brief opgeroepen om samen met HHNK na te denken over de meest wenselijke dijkversterkingsmaatregelen. Wij pleiten er in de brief voor om zo weinig mogelijk in te grijpen in de dijk (de dijk heeft ons inziens een bewezen sterkte). Wanneer echter uit het door HHNK aangekondigde nadere onderzoek blijkt dat versterking toch noodzakelijk is, stellen wij voor om niet de dijk zelf te versterken. In plaats daarvan zou het alternatief van een afsluitbare kering aan de ingang van Zijkanaal I grondig moeten worden onderzocht. Als tweede optie noemen we in de brief de mogelijkheid van een nieuwe sterke beschoeiing langs de waterkant, die zelfstandig een verhoogde waterstand kan keren. Daarnaast stellen wij voor om het ‘auto-te-gast-idee’ op de dijk in te voeren, hetgeen inhoudt dat voetgangers en fietsers voorrang hebben en dat het andere verkeer (éénrichtingverkeer) zich daarbij aanpast en een lage snelheid aanhoudt. De dijk wordt zo weer aantrekkelijk voor wandelaars die willen genieten van het uitzicht over weidevogelgebied Wilmkebreekpolder (“Waterland in het klein”), en voor fietsers die de historische Waterlandse-Zeedijkroute volgen. De brief van de Vereniging is hier in te zien.

In een gesprek van de Vereniging met de gemeente Amsterdam en het Hoogheemraadschap (op 8 oktober 2019) heeft HHNK laten weten dat in de vervolgfase (in 2020) het voorkeursalternatief nader zal worden uitgewerkt. Men verwacht geen grote aanpassingen meer, en van andere alternatieven wordt gezegd dat deze een gepasseerd station zijn en al in voldoende mate zijn onderzocht (hetgeen door de Vereniging wordt betwijfeld). In het gesprek werd wel duidelijk dat HHNK inmiddels heeft besloten om niet het dijkdeel tussen de huizen aan de Landsmeerderdijk / Oostzanerdijk lichter te maken, maar daar alleen maatwerkmaatregelen te treffen. De gemeente Amsterdam voelt zich overigens niet verantwoordelijk voor de waterveiligheidsopgave en laat dit geheel over aan HHNK. De gemeente is verantwoordelijk voor het verkeer op de dijk en de openbare ruimte op de dijk. In het gesprek wordt evenwel duidelijk dat de beschoeiing langs de waterkant in Zijkanaal I en de ligplaatsen voor de woonboten ook onder de verantwoordelijkheid van de gemeente vallen. De gemeente gaat binnenkort aan de slag met een algehele visie ten aanzien van Zijkanaal I, de dijk en de afwikkeling van het verkeer op de dijk. De in onze brief genoemde zaken komen daarbij aan de orde.

In de huidige situatie geldt voor het dijkdeel dat grenst aan de polder, dat de kwaliteit van de toplaag van het binnentalud in de loop der jaren sterk achteruit is gegaan; dit hangt waarschijnlijk samen met het gepraktiseerde onderhoud van HHNK. Het binnentalud en de benedenberm worden tweemaal per jaar gemaaid volgens de methode ‘technisch beheer’. Dit houdt in dat alle begroeiing wordt gemaaid en ter plaatse wordt verhakseld (het zogenaamde ‘klepelen’). Het fijngehakte maaisel blijft liggen en verrijkt de bodem. Soorten als Brandnetel (zomer) en Fluitenkruid (voorjaar, zie de foto) profiteren daarvan en domineren nu de begroeiing op het talud. Het gras is grotendeels verdwenen met als gevolg, dat de toplaag van het talud nog slechts weinig doorworteld is. Het dijktalud is hierdoor gevoelig geworden voor erosie, hetgeen de kwaliteit van de dijk niet ten goede komt. Ook is het visuele aspect van de dijk in het geding.

De Vereniging tot Behoud van de Wilmkebreekpolder ziet graag dat de dijk weer wordt ingericht als een groene dijk met een gevarieerde, kruidenrijke grasmat. Hiermee wordt een mooie overgang verkregen naar de kruidenrijke graslandpercelen in de polder en wordt de natuurwaarde van het gehele gebied versterkt. Ook krijgt de dijk weer de uitstraling die behoort bij een cultuur-historisch belangrijk landschapselement. De vereniging heeft al in 2016 aan HNNK voorgesteld om in samenhang met de voorgenomen versterking van de dijk, het binnentalud en de benedenberm van de dijk opnieuw in te richten. De vereniging denkt hierbij aan het ontwikkelen en in stand houden van een bloemrijke gras-kruiden-vegetatie op het binnentalud en het ontwikkelen van een brede rietkraag met waterpoelen op de natte benedenberm. Het onderhoud van talud en berm, met name het maaien, dient daarbij meer natuurvriendelijk te worden uitgevoerd. Voor het volledige voorstel klik hier.