Natuurwaarden

Natuurwaardenkaart
De Gemeente Amsterdam heeft dit jaar de natuurwaarden van alle grote groengebieden op haar grondgebied opnieuw gewaardeerd. De natuurwaarde wordt uitgedrukt in een getal tussen 1 (weinig waarde) en 5 (topnatuur op landelijke schaal). De natuurwaarde van een gebied speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van gemeentelijke plannen.
De natuurwaarde van een gebied wordt bepaald aan de hand van verschillende criteria. Die criteria zijn: biodiversiteit, natuurlijkheid (geringe mate van beheer), vervangbaarheid (hoeveel jaren zijn nodig voor vervanging, bijvoorbeeld van oude bomen) en bijdrage in de ecologische structuur van Amsterdam.
De Dienst Ruimtelijke Ordening van Amsterdam heeft in 2002 een kaart gemaakt van de Amsterdamse natuurwaarden. Omdat de natuurwaarden kunnen wijzigen wordt de kaart regelmatig aangepast. De laatste update dateert van 26 mei 2016. Deze kaart is hieronder weergegeven (alleen het deel Amsterdam-Noord en Waterland). Het deel buiten de Ring dat valt onder de gemeente Landsmeer (waaronder het Ilperveld en Twiske) is niet in de kaart opgenomen.

natuurwaardenkaart-2016-05-26

Uit het kaartje blijkt dat de Noorder IJplas (linksboven op de kaart; met rietvogels, kleine zoogdieren, en een zeldzame brakwaterfauna) en de Kadoelenscheg – Kadoelerbreek (rechts naast de Wilmkebreekpolder; met rietlandjes, rietkragen, broedende ijsvogels, amfibieën, vlinders, libellen) hoog scoren met een natuurwaarde van 4. De Wilmkebreekpolder heeft de waarde 3 gekregen. Dit is 1 punt hoger dan in 2002, en is vergelijkbaar met de waarden die gelden voor grote delen van Waterland. Een waarde van 3 is zeker niet slecht te noemen, maar het streven van de Commissie Natuur van de Vereniging tot Behoud van de Wilmkebreekpolder is om nog een stapje verder te stijgen op de ladder.
Volgens “Natuureffectrapportage Stadsdeel Amsterdam-Noord” (juli 2006) is de natuurwaarde van een groengebied in Amsterdam grotendeels afhankelijk van de volgende vier factoren:
1. De grootte van het gebied. Een groter gebied kan meer soorten herbergen. Sommige soorten, zoals roofvogels en roofdieren, hebben een bepaalde minimumoppervlakte nodig om aan voldoende voedsel te komen.
2. De verbindingen met het buitengebied. De grote groengebieden buiten de Ring zijn voorraadschuren van dieren. Hier kunnen ze grote populaties opbouwen, waarvandaan ze zich verspreiden naar minder geschikte gebieden. Als een groengebied met groene linten is verbonden met het buitengebied, dan zullen gronddieren als zoogdieren en amfibieën die groengebieden gaan gebruiken. Ontbreekt de verbinding, dan worden de groengebieden onbereikbaar en de populaties die er nog zitten erg kwetsbaar en gevoelig voor uitsterven. Er zijn dan zo weinig individuen, dat een paar verkeersslachtoffers het einde van de populatie kunnen betekenen.
3. Het gevoerde beheer. Een terughoudend, extensief beheer is beter voor dieren dan een intensief beheer. Een grasveld vol met hoogopgaande kruiden herbergt vlinders en muizen en biedt voedsel aan vogels. Een gladgemaaid gazon bevat slechts regenwormen. Een bos met kruiden en struiken bevat meer vogels dan een bos waar de struiken zijn weggemaaid met het oog op de sociale veiligheid.
4. Het menselijk gebruik. Meer drukte kan minder dieren geven.Waterland en de Noorder IJplas horen bij het buitengebied. De Kadoelenscheg en de gebieden in de Schellingwouderscheg beschikken over goede groene verbindingen met het buitengebied, waardoor ze relatief hoge natuurwaarden hebben. De groengebieden in de Noordhollandsch Kanaalzone hebben geen goede groene verbinding met het buitengebied; daarnaast is het beheer in het Florapark en Volewijkspark veel intensiever dan in het Vliegenbos. Daarom hebben deze gebieden lagere natuurwaarden.

De Wilmkebreekpolder ligt op ca. 3,5 m à 3,75 m onder NAP. Het slootpeil wordt zomer en winter rond een waarde van NAP-4,0 m gehouden; het peil van de sloot langs de Landsmeerderdijk, de kwelsloot, ligt ca. 2 m hoger. Het oppervlak van de Wilmkebreekpolder is betrekkelijk gering, ca. 21 ha. Niettemin komen er toch heel veel verschillende dier- en plantensoorten voor.
De Wilmkebreekpolder valt onder de Hoofdgroenstructuur van Amsterdam, evenals de Kadoelerbreek en het oostelijk deel van de Kadoelenscheg. De Kadoelerscheg en Kadoelerbreek zijn belangrijk voor het waterleven in de Wilmkebreekpolder, omdat het water via een duiker in verbinding staat met de kwelsloot en daarmee met de sloten in de polder. Landdieren, zoals hazen, kunnen vanuit Waterland en de Kadoelerscheg tot in de Wilmkebreekpolder geraken (ze moeten dan wel een stukje over de weg lopen). Vleermuizen zijn elk jaar weer te zien, vooral boven de tuinen grenzend aan de polder en ook boven de Kadoelerbreek. Voor veel weide- en watervogels, met name de Grauwe Gans en de Krakeend, fungeert de Wilmkebreekpolder min of meer als een verlengstuk van Waterland.
Voor de inbedding van de Wilmkebreekpolder in de Hoofdgroenstructuur is nog van belang dat de polder aan de zuidzijde wordt begrensd door Zijkanaal I, dat in open verbinding staat met het nu en dan brakkige water van het IJ, terwijl het riviertje de Twisk aan de westzijde van de polder doorloopt tot in natuur- en recreatiegebied Twiske.
De Wilmkebreekpolder wordt door de pachtende boer natuurvriendelijk beheerd (hij doet aan agrarisch natuurbeheer). Hierdoor kunnen tal van weidevogelsoorten, zoals grutto, kievit en tureluur, er hun jongen groot brengen. De Commissie Natuur van de Vereniging is sinds voorjaar 2011 bezig met tellingen van vogels (zie hiervoor de jaarverslagen). Ook wordt een inventarisatie gemaakt van alle voorkomende planten en dieren. We hebben hiermee flink wat kennis over de natuur in de polder verzameld.
Geert Timmermans, ecoloog bij de gemeente Amsterdam, heeft op 9 juni 2010 een presentatie over natuurwaarden gegeven voor de Vereniging:  Klik hier.