Resultaten weidevogeltellingen op 20 april

In de loop van de week is de temperatuur steeds meer omhoog gegaan. Vandaag is het ca. 22oC, de lucht is geheel onbewolkt en de zon schijnt uitbundig. Ook de komende dagen blijft het warm en droog bij een matige wind uit de noord-oost hoek. De laatste weken is er slechts weinig regen gevallen; voor de weidevogels in de polder zou het goed zijn wanneer er de komende tijd af en toe een bui valt, want dan blijft de kleiige bodem in de polder zacht en kunnen de vogels beter naar wurmen zoeken.

De resultaten van de telling zijn als volgt:

Kievit 78; 12 bezette nesten; 42 kuikens Krakeend 20 Bergeend 16
Grutto 8; 4 bezette nesten Wilde Eend 20; 21 kuikens Nijlgans 2
Tureluur 16 Slobeend 2 Grauwe Gans 126; 85 kuikens
Scholekster 6; 3 bezette nesten Wintertaling 2  
Meerkoet 22; 4 bezette nesten    
Waterhoen 1 Watersnip 2 Blauwe Reiger 1
  Gele Kwikstaart 2  
  Witte Kwikstaart 6 Lepelaar 1
  Tapuit 6  
  Graspieper 1  

NB: Het aantal kuikens is veelal groter dan waargenomen, want de meeste kuikens weten zich goed schuil te houden

Er zijn jammer genoeg nog steeds veel kraaiachtigen in de polder (Zwarte Kraai 8, Kauw 22, Ekster 2). Meeuwen zien we al een tijdje niet meer; waarschijnlijk is de bodem te droog geworden om naar voedsel te zoeken en zijn ze naar hun broedgebieden vertrokken. De Houtduiven (we tellen er 26) blijven wel in de polder: ze broeden in de bomen in de omringende tuinen en zoeken in de polder graag naar voedsel. Dit geldt ook voor de Spreeuw, die graag zijn nest onder de dakpannen bouwt.

De Kieviten zijn eind maart bijna allemaal tegelijk met broeden begonnen. Op dit moment lopen er daarom veel jonge kuikentjes rond. We zien er in totaal 42; bij verschillende ouderparen zien we zelfs 4 kuikentjes lopen. In tegenlicht zien ze er uit als kleine pluizige bolletjes met een lichte stralenkrans rond hun lichaam.

De Grutto’s zijn later begonnen met broeden dan de Kieviten en zitten nog op het nest. We zien na lang kijken drie vogels met hun oranje kopje boven het gras uit steken. De vierde krijgen we niet in beeld, maar omdat de vier partners in de buurt rondlopen gaan we ervan uit dat ook het vierde nest bezet is.

De Tureluurs zien we vooral in de slootkanten rondscharrelen. Vanaf een hek naast de centrale langssloot horen we later langdurig de alarmroep van een Tureluur; je zou bijna denken dat hier al kuikens rondlopen.

Op drie plaatsen zijn nu Scholeksters aan het broeden. Er lijken toch niet meer dan 3 paartjes te zijn (vorige week telden we 7 adulte vogels).

Het Meerkoeten-paar met het eerste nest aan de kwelsloot heeft drie jongen; ze zijn net uit het ei gekropen. Wanneer de oudervogel zich even op het nest opricht zien we drie kuikens en een ei dat nog niet uitgekomen is. We krijgen vandaag een groter aantal Meerkoeten in beeld dan vorige week, misschien zijn er op meer plaatsen al kuikentjes uit het ei gekropen.

De Krakeenden broeden nog niet; de paartjes zwemmen rond, zijn druk met foerageren of dommelen in de warme lentezon. We tellen 20 Wilde Eenden; bij enkele vrouwtjes zwemmen kuikentjes (we tellen er in totaal 21).

Er is nog steeds een paartje Wintertaling in de polder. Tot onze blijdschap zien we ook een paartje Slobeend in de sloot naast perceel ‘Gele Weidje’. Vorig jaar zat op precies dezelfde plaats ook een paartje Slobeend; misschien betekent dit wel dat de Slobeend de polder als broedgebied heeft gekozen. We tellen net als vorige week 16 Bergeenden. Ze zitten in de zon of zijn paarsgewijs aan het foerageren in de sloten.

Het aantal kuikens van de Grauwe Gans is de afgelopen week wat verder toegenomen: we zien er nu 85. Hier en daar beginnen de ouderparen met hun kuikens al op te trekken met elkaar: dit is het begin van de kuiken-crèches. We zien 1 Nijlganzenpaar op perceel ‘2e Molenstuk’.

Er zijn vandaag bijzondere gasten in de polder te zien: op perceel ‘Molenstuk’ lopen 6 Tapuiten op het kale modderstuk rond (dit deel heeft afgelopen winter langdurig onder water gestaan). Ze zijn op doorreis naar hun broedgebieden (de N-Hollandse duinen en de Waddeneilanden). De Tapuit is een bedreigde vogelsoort, die al langere tijd op de rode lijst staat.

We zien op perceel ‘Molenstuk’ ook een paartje Gele Kwikstaart achter de vliegjes aanrennen. De Gele Kwikstaart zien we zelden, maar de polder met zijn kruidenrijke graslandpercelen is wel geschikt als broedgebied. Op perceel ‘Molenstuk’ zien we ook een Graspieper.

De Watersnip is eveneens nog in de polder: we zien er één vandaag. Wanneer de droogte nog wat langer aanhoudt zal de Watersnip snel wegtrekken. De snip verblijft graag in een vochtige omgeving.

Op drie verschillende plaatsen zien we een paartje Witte Kwikstaart. Het lijkt er op dat één paartje gaat broeden op het dak van een van de huizen langs de Kadoelenweg: er wordt af en aan gevlogen met strootjes, die uit het weiland worden gehaald.

In perceel ‘Weidstuk’ zit een Haas.

Comments are closed.